Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
HOE DE SOÜBURGERS FEESTVIEREN.
Niet de jaren- maar eeuwenlange afzondering waaronder de eiland-bewo-
ners van Zeeland geleefd hebben, is zeer natuurlijk van overwegenden
invloed geweest op het volkskarakter, op zeden en gewoonten. Oude ge-
bruiken, reeds lang in Gelderland verloren gegaan en alleen nog levende
in de herinnering der oudste lieden, — in Holland zelfs onbekend, omdat
de stok-oude grijsaard er zelfs nooit van gehoord heeft, waren, tot nog
maar kort geleden, in Zeeland nog steeds in vollen gang. Zoo is op eene
der Zuid-Bevelandsche dorpen nog onlangs eene vereeniging ontbonden,
welke den naam droeg van „mosschen-gilde". De boeren, die in mosschen,
spreeuwen, roeken, kraaien, eksters, vinken en mollen niets anders zagen
dan schadelijk gedierte, hadden dan in hun dorp eene vereeniging tot
verdelging dier arme beestjes opgericht. De mosch of musch was voor die
vereeniging, wat de meter voor het metrieke stelsel is. Naarmate een lid
eene grootere of kleinere uitgestrektheid bouw- en weiland had, moest hij
bij den secretaris der vereeniging een grooter of een kleiner getal mosschen
inleveren. Hij kon dat doen in mosschen, spreeuwen, roeken, kraaien,
vinken of mollenstaarten, ja, ook in ongeboren vogels, dus in eieren.
Alles werd tot mosschen herleid en wie in een jaar zijn bepaald aantal
mosschen niet ingeleverd had, werd beboet en die boeten, gevoegd bij eene
kleine jaarlijksche contributie, dienden ter goedmaking van de kosten der
jaarlijksche potvertering of potversmering. Op AValcheren waren die gilden
onbekend; de steden Middelburg en Vlissingen, eens ook Veere, zijn daarvan
oorzaak. Wie dan ook het Zeeuwsche volksleven in al zijnen eenvoud en
soberheid van opvatting wil leeren kennen, neme Walcheren niet, maar
kieze een ander eiland. Mijne eerste achttien levensjaren evenwel bracht
ik op Walcheren door, zoodat ik mij niet waag op een ander eiland, en
ik meen ook, dat mijn geboorteland, al heeft de steedsche invloed ook
gewerkt op de dorpelingen, toch nog genoeg eigenaardigheden bezit om
er een en ander van te vertellen, dat den lezer uit andere gewesten een
glimlach, of een „he, hoe vreemd"! ontlokt. —
De Walchersche boer^es zijn zeer werkzaam. Baas, knecht en arbeider, —
bezinne (bazinne), meid en arbeidster, alles werkt daar op het land, in
de schuur, op de weide of in den kelder. De zuivelbereiding, het melken,
karnen en boter-opmaken is hier geen mannenwerk. Het eenige wat de man
hier aan doet, is in zijn vrijerstijd. Dan gaat hij met zijn meisje des Zondags-
namiddags naar de weide en onderwijl zij de koeien melkt, staat hij met
haar te praten. Is het melken afgeloopen, dan draagt hij aan een juk de
emmers en brengt ze voor haar op de hoeve, „'t of' geheeten. Van societeiten
weet een boer niet. Alleen de jongelingen doen er wat aan. Zoo had men