Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
een meesterstuk van onze Nederlandsche waterbouwkundigen. De bekende
Zeeuwsche schrijvers J. De Kanter, Ph.z. en J. Ab Utrecht Dresselhuis,
noemen dien dijk niet ten onrechte een „voormuur van Walcheren tegen
de Noordzee". Vroeger lagen hier ook duinen; maar de ontembare
wateren der Noordzee, die we hier van ons hoog standpunt kunnen gade-
slaan, sloegen die duinen ter lengte van 4700 meters weg, en 4700 meters
dijk moest het eiland voor een wissen ondergang beveiligen. De grondslag
van dien reusachtigen dijk is het overgebleven zand der duinen en hierover
ligt eene laag klei ter dikte van één meter. „Zijn profiel", zeggen de
bovengenoemde schrijvers, „is doorgaans de hoogte zestien malen in de
grondlijn; waardoor hij aan de zeezijde eene zoo flauwe helling heeft,
dat men op dezelve gaat als op een vlakken grond". — Maar juist deze
flauwe helling is zijne kracht. De aanslag der golven wordt er door ver-
minderd en ze bevordert de rechtstandige drukking van het water, waardoor
het geheel steviger op zijn grondvlak wordt gedrukt.
Even als de heele westkust van ons land neemt ook de westkust van
Walcheren af. Dit is duidelijk zichtbaar te Zoutelande, een dorpje gelegen
aan de duinen tusschen Westkapelle en Vlissingen. Ieder dorp op Wal-
cheren heeft zijne gemeente-put, „parochie-pit" geheeten. Ook Zoutelande
heeft hem en nu is het niet te veronderstellen, dat de Zoutelanders dien
put zoo dicht aan den voet der duinen zullen geplaatst hebben, dat ze er
een houten kap overheen moesten maken, opdat hij door het afrollend
zand niet gedempt zou worden. Neen, die put lag vroeger van de duinen
af en de kap werd noodig toen de duinen dieper het land indrongen.
Doch wenden we de blikken nu eens oostwaarts dan zien we eerst Arne-
niuiden, waarvan men zegt, dat er eens een tijd was dat men schreef: de
stad Arnemuiden en het stedeken Middelburg". 'T kan waar zijn; maar
't zal dan ook wel lang zijn geleden. Nog altijd noemt men onder de vier
steden van Walcheren het arme Arnemuiden, welks bewoners zich met de
vischvangst geneeren, of met het snijden van zeekraal'), — eene plant, die als
groente gegeten wordt,— op de schorren. De Arnemuidenaars zijn even als
de Nieuwlanders van de overige bewoners van Walcheren onderscheiden
door spraak en kleeding. Is in den .polder Nieuw- of Sint-Joostland, ge-
legen beoosten de oude Middelburgsche haven, die bij het kasteel op de
reede Rammekens in de Schelde liep, het Zuid-Bevelandsch element te
herkennen, Arnemuiden staat op zichzelf. Zijne bewoners kenmerken zich
vooral door eene zeer lijmerige spraak, die den spotlust zelfs opwekt van
den kromst-sprekenden Walcherschen boer. Of ze kabeljauw, schelvisch,
tong, rog, pieterman, knorhanen, schol of bot in hunnen manden heb-
ben, altijd klinkt hun schel en gerekt geroep: „scharretjes!" Zij dragen
de manden niet op het hoofd, maar aan een juk en om toch vooral hard
te kunnen loopen en den visch spoedig te Middelburg of te Vlissingen te
hebben, trekken ze schoenen en kousen uit en leggen barrevoets den weg
') Zie bl. 7.