Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
geweken was. En daar kwamen de ongelukkige jaren van 1795 tot 1813.
De nijvere middenstand verliet de stad en de rijken en armen bleven. In
Augustus 1817 werd andermaal eene nieuwe haven geopend; men hoopte
op temgkeerende welvaart; maar ze bleef uit en ook deze haven verzandde.
En nu? Zie, als een breede zilveren band strekt zich van het oude en
diep vervallen Veere tot de voormalige vesting Vlissingen, een diep
kanaal uit en,...
„Zie langs zijn tweelingslijn dien feilen Salamander!
Vuur sist het uit zijn buik, die rammelt over de aard.
Hij voert bevolkingen en legers in zijn' staart.
----—-----Volken, Staten
Doorkruisen, mengen zich.
Op dien „Salamander" zooals Da Costa den spoortrein noemt, rust de
hoop van Middelburg dat aan uwe voeten ligt, — van Vlissingen, dat met
zijne breede kanalen en groote dokken daar aan den bruisenden Schelde-
stroom ligt, als een reuzenpoliep, die hare lange armen uitstrekt om hare
prooi te vangen. Op dien „Salamander" hoopt heel Walcheren in welks
midden ge u zoo ongeveer bevindt, en dat u uit de laagte zoo vriendelijk
tegenlacht. Op dien „Salamander" hoopt heel Zeeland. Maar hopen is nog
geen zijn! Wat is Walcheren op het oogenblik ? Wat het is ? Eene wach-
tende schflone, die vertrouwt dat de rechte Jozef toch wel ééns komen zal.
Ze wacht al jaren; maar ze kent de kunst, niet te verouderen. Zie,
ginds ligt Domburg te midden van heerlijke boschjes en lieve buitenplaatsen.
Ligt het daar in zijn landelijken eenvoud minder schoon, dunkt u, dan
honderden jaren geleden toen het nog eene „smalstad" was en zijne inwo-
ners door de Graven Floris IV en Willem II met vele voorrechten begiftigd,
poorters werden genoemd? Had het toen al zulk een lief en stil gelegen
badhuis, waar de naar eene long-vol versehe lucht dorstende lijder, veel
meer dan in het woelige Scheveningen, bevrediging vindt? Neen, Dom-
burg is er, ouder wordende, steeds schooner op geworden! In de grijze
oudheid was het ruw en onbehouwen als de Nehalennia's, — oude en
onbekende afgodsbeelden,, uit zijn strand opgegraven, — in den tegenwoor-
digen tijd is het eene Venus van Milo.
Wanneer ge van Domburg af uw oog wat zuidwaarts wendt, ziet ge
Westkapelle. Dat was vroeger ook al eene „smalstad". Of het toen arm
was ? Neen, het was rijk en bloeide door den handel; maar nu is het zeer
arm. Arm, ja, aan geld om brood voor te koopen, maar rijk in bewijzen
van den grooten omvang des menschelijken geestes. Vooreerst is zijn kust-
licht een kunststuk, en een kunststuk dat er noodig is! Niet verre van
Westkapelle toch vindt men ten zuidwesten de Rassen en ten noord-noord-
oosten den Banjaard, twee zandbanken, die al menigmaal getuigen zijn
geweest van den noodkreet: „Heere, behoed ons, wij vergaan!" van de
arme schepelingen, die zóó dicht bij het lieve Vaderland, nog hunnen
dood in de golven vonden. Het andere kunststuk is de „Westkapelsche dijk"