Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
ouderwetsche huizen onder de mokerslagen des sloopers. Daardoor verliest
het vriendelijke en vruchtbare eiland veel van zijn aantrekkelijk schoon,
dat evenwel aan den duinkant tusschen Aagtekerke, Domburg, Oostkapelle
en Onze Lieve-Vrouwepolder nog in wezen blijft.
Walcheren is een mooi land en wie het met zijne vier steden en zeven-
tien dorpen eens overzien wil, die beklimme met mij te Middelburg den
hoogen en slank gebouwden Abdij-toren in de wandeling alleen bekend
onder den naam van Langejan.
Hij is tot aan de stang van het kruis 82,66 meter hoog en heeft aan
zijnen top een burcht, het wapen van Middelburg, die gedekt wordt met
de keizerlijke kroon. En in die kroon moeten we zijn, al kost het beklim-
men van al die trappen en ijzeren ladders ook nog zooveel moeite. Zoo
van beneden gezien zou men niet zeggen dat men onder die kroon heel
gemakkelijk met een tiental vrienden zich bewegen kan, en toch is het
zoo. Daarom, gaat gerust naar boven. Nu we er zijn, zucht ge van ver-
moeidheid en vraagt me waarheen ge nu eerst kijken moet om alles ge-
regeld te zien. Waarnaar het eerst? Wel, naar het haantje, dat van bene-
den gezien niet veel grooter dan een spreeuw is. En hier! Krijgt ge geen
achting voor zoo'n beest van r,63 M. lang, 1,3 M. hoog en 0,36 M. dik?
En de kroon zelve, valt de ruimte u niet zeer mee? Kijkt nu eens naar
beneden! Ge ziet Middelburg niet ? Dat konjt omdat ge te ver zoekt, ge
moet dichter bij den voet van den toren zijn! Hoe vreemd, alle geluiden
stijgen duidelijk naar boven; maar de geheele stad gelijkt veel op eene
uitgepakte speelgoeddoos van uwe kinderen.
Enkele gebouwen steken trotsch boven de overige uit. Zie, daar is het
prachtige stadhuis met zijnen sierlijken toren, beide juweeltjes van bouw-
kunst, helaas, beide ook bewijzen dat de Zeeuw geldgebrek heeft, of schoon-
heidszin mist, anders zou hij wel zorgen, dat de knagende tand des tijds
niet zooveel verwoestingen aan die gebouwen aanrichtte! Ja, toen ik te
Middelburg op de oefenschool ging, dat was van 1854 tot 1858, heb ik
sommige graven en gravinnen, wier beelden in nissen deii voorgevel van
dat stadhuis versieren, met de voeten in het gras zien staan, als moesten
ze eene afbeelding vormen bij het vertellinkje: „Daar was ereis een koning,
die gras at."
Over het algemeen is er werkelijk ook weinig welvaart in Middelburg.
Eenmaal verhief ze zich trotsch boven vele steden, eenmaal was ze rijk en
bloeiend! Het was in den tijd toen de grachten vol Oost-Indievaarders
lagen en het gindsche fort Rammekens, daar in het zuid-oosten van het
eiland gelegen, eene breede en diepe haven bestreejc/ Maar even als de eerste
haven, die in de Arne uitkwam, verliep ook deze en de plaats waar ze
geweest is, is herschapen in zeer vruchtbaar bouwland. Met het verloopen
van de haven verdween ook de handel en het werd stil in de groote stad.
De koopman zat op zijn kantoor zich niet meer, over cijfers gebogen, suf
te peinzen, maar zich alleen te bedenken welke der acht poorten hij uit
zou gaan om eene wandeling te maken, als de grootste hitte van den dag