Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
EEN GEZICHT OP WALCHEREN.
Het is nog zoovele jaren niet geleden, dat Zeeland voor het overige
Nederland niet veel meer dan een „terra incognita" was. I.eest eens oude
reisbeschrijvingen en ge staat verbaasd over de vele wonderlijke ontmoe-
tingen , de vreemde menschen en vaak nog vreemder dieren, waarvan men
II met zulk een ernst vertelt, dat ge op het punt zoudt staan er geloof
aan te hechten, als men u niet anders geleerd had. Geldt dat enkel vreemde
landen en lang vervlogen tijden ? Neen, zelfs deze eeuw kent hare reisbe-
schrijvers, die allerlei onmogelijke onzinnigheden voor even zoovele kristal-
heldere waarheden trachten op te disschen. En als het op een vertellen
gaat van: „hier heb ik dit gezien, en daar heb ik dat gehoord", dan vindt
de verteller van deze tijden nog menig luisterend oor en geloovig gemoed.
De provincie Zeeland lag zoo tamelijk afgezonderd; men kon haar moeie-
lijk naderen. De stroomen waren breed en het kon er „aardig op spoken".
En dan met zoo'n veerschuit! Mijn hemel, wie zou voor zijn pleiziernaar
Zeeland gaan ? Men ging, omdat men moest en keerde zoo gauw terug als
men kon; want de Zeeuwen hadden iets stijfs over zich en.... de Zeeuw-
sche koorts was in aantocht!
De Zeeuwsche koorts, wat is er niet al over geschreven, gesproken en
getwist! Na alles wat ik er van gelezen heb, geloof ik niet aan de onge-
zonde lucht van Zeeland! Doch ik ben een Zeeuw en derhalve geen on-
partijdige en daarom zal ik er maar over zwijgen, als ik u tenminste maar
overhalen kan een uitstapje met mij te maken naar Walcheren. Sedert de
spoorweg er is en Walcheren en Zuid-Beveland geene eilanden meer zijn,
heeft zoo'n reisje niet zulk een langen duur, dat de zoogenaamde Zeeuwsche
koorts u het weinigje genot schreeuwend duur zal laten betalen.
Walcheren is een mooi land , een land vol afwisseling. Dat men er bouw-
land vindt, weet ieder, die de marktberichten leest of Walchersche erwten
en boonen gegeten heeft. Weiland is er ook. Maar nergens ontmoet ge
zulke vlakten weiland als in Holland en Friesland, — nergens zulke vlak-
ten bouwland, als op de Zuid-Hollandsche eilanden of Zuid-Beveland.
Stukjes wei- en bouwland door sloo^es of heggen van doornstruiken,
elzen of esschen van elkander gescheiden, wisselen elkander vriendelijk af.
Boeren van zes of zeven span paarden vindt ge er niet; „ze boeren" hier
in het klein en van daar die vele kleine hofsteden, die men op Walcheren
aantreft. Toen de spoorwegen nog niet zoo algemeen waren en het reizen
naar vreemde landen tot de zeldzaamheden behoorde, was Walcheren als
bezaaid met groote en kleine buitenplaatsen van den Middelburgschen adel of
koopmansstand. Tegenwoordig kent men hier ook de gewoonte der Hollanders,
en laat rnen de eerwaardige boomen vallen onder de bijl des hakkers en de