Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wanneer de wadden gevormd zijn, kan niet worden bepaald. Alleen
weten we van Tacitiis en Dio Cassius, dat ze er ten tijde van het verblijf
der Romeinen in deze streken reeds waren. Zij no&mAtViZ^ Mariavadosa,
Vada of ook wel Mare vadosnm en Aestiiaria. Dat de Romeinen de
Wadden reeds bevoeren en er niet altijd aangename herinneringen van
bewaarden, blijkt uit Dio Cassius, die verhaalt, hoe Drusus Germanicus
er bij ebbe met de vloot op het droge geraakte. Bij Tacitus vinden wij
eene levendige schildering van een plotseling opgekomen springvloed,
waardoor Vitellius met zijne keurbenden op de kwelders aan de Noordzee
werden overvallen. Ik laat die schildering hier volgen naar de vertaling
van onzen Pieter Corneliszoon Hooft. „Maar Germanicus, van de keur-
benden , die hy te scheepe overgevoerdt hadt, geeft hy de tweede en de
veertiende aan P. Vitellius langs den wegh te lande te leiden, op dat de
vloot te lichter op de wattighe zee moghte vlooten, oft met de ebbe
gaan zitten. Vitellius in 't eerste, mits dat de aarde droogh was, oft de
vloedt maar maatelyk aanspoelde, had eenen gerasten wegh. Thans door
"t opsteeken van den noorden windt, en met eenen den staat der zonne
die dagh en nacht vereffent, wanneer d'Oceaan ten hooghsten komt te
zwellen, werdt de troep gerukt en geschudt. De landen liepen vol, zee,
strandt, veldt, hadden één aanschyn. Nochte konden de weeke van de
harde, de ondiepe van de diepe plaatzen onderscheiden worden: zy worden
gevelt van de golven, ingeslokt van de maalstroomen: beesten, pakken,
doode ligchaamen dreeven tusschen beiden, en hun voor de borst. De
rotten raakten menghelingh onder een, thans ten monde, thans ter borst
toe bovenstaande, zomtyds grondt verliezende werden ze verstrooit oft over-
stort. Geen' stem, oft onderlingh moedt aanspreeken baate daar, overmits het
teeghenstreevendt waater. Daar was geen onderscheidt tusschen den dapperen
en den blooden, den wyzen, en den onvoorzichtighen, raadt en geval:
alles werdt met eeven groot gewelt overtuimelt. Vitellius ten laatsten, tot
op 't hooghaghtighe geworstelt, heeft de troep daar ook op gekreeghen."
Wie in de plaats waar Vitellius en zijnen keurbenden deze ramp over-
kwam , niet de Wadden bij springtij herkent, heeft nooit van de kruin der
dijken onze Wadden gezien, heeft ze nooit betreden.
Natuurlijk heeft er na de groote stormen en overstroomingen, die
de lage landen in het vroegere haff deden onderloopen, bij afwisseling
aanslibbing en afslag plaats gehad. In de laatste eeuwen heeft de eerste
het van de laatste gewonnen, daar de mensch begon dijken aan te leggen
en successievelijk de hoogste gedeelten der kwelders in polders te ver-
anderen.
Jaren lang heeft de twist geduurd tusschen de bezitters der kwelders en
den staat, over den eigendom der aangeslikte gronden, en de onzekerheid
waarin men verkeerde, hield vele indijkingen tegen. Eindelijk viel de be-
slissing, waarbij de gronden aan de aanwonende bezitters werden toegewezen.