Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
BIBLlOTlir-K
1. NEDERLAND,
ONZE DUINEN.
Waar land en zee elkander begrenzen, zijn ze haast altijd elkaar vijandig.
Meestal zoeken de zeestroomingen, de werking van eb en vloed en de
golven der zee de kust te vernielen, soms ook laat het water zijn slib be-
zinken en werkt het dus opbouwend, om menigmaal echter bij storm en
springvloed zijne eigen schepping grillig weder te vernielen. Onze kusten
leveren van dien strijd menig sprekend voorbeeld. Hollands westkust moge
er ons thans een geven.
Daar zien wij de Noordzee zich voor ons uitbreiden. Hare golven rollen
tegen het breede, zandige, zacht hellende strand op, dat daar uit de zee
is bezonken. Iedere golf voert eenige zandkorrels mee, legt ze neer en ver-
dwijnt in den bodem. Eene volgende golf herhaalt het spel en voegt
eenige korrel^es en schelpen bij het laagje. Daar komt de vloed. Hij ook
voert zandkorreltjes en schelpen mede, stijgt tegen het strand op, bedekt
het en maakt zich meester van wat de golven daar straks hadden aange-
voerd. 't Getij kentert. Nu begint het water te dalen; het trekt zich als
't ware terug; de zandkorreltjes zijn bezonken en blijven grootendeels rustig
liggen, hooger dan ze de golven straks konden brengen. Nog is het strand
vochtig en de zandkorreltjes kleven aan elkander. We begeven ons bij de
buitenhelling van het duin neer naar het strand. Zeer spoedig is het zand
droog geworden, en de westenwind neemt de aangebrachte korreltjes op
en doet ze tegen de helling op stuiven. Enkele zelfe bereiken eindelijk den
top en vallen, gehoor gevende aan de werking der zwaartekracht, langs
de oostelijke helling neer.
Deze opmerkingen, die ieder bezoeker van de duinstreek in Holland of
van de duinen onzer eilanden kan maken, zijn voldoende om het ontstaan
en de vervorming der duinen in het algemeen te begrijpen. Duinen zijn
opgewaaide zandbanken.
Bijna overal op vlakke kusten, waar geen klei- of slijkachtige slib, of
zand dat sterk met dierlijke of plantaardige bestanddeelen is vermengd,
voorkomt, treffen we duinen aan. Waar bij overigens zandige stranden de
getijden nauwelijks waarneembaar zijn, zooals aan de Oost- en de Middel-
landsche zee, bereiken de duinen slechts eene geringe hoogte. Natuurlijk
p. R. BOS, Globe. j