Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
ontbreken overal, zoo ver het oog reikt, en de steppenplanten, die soms
eene vrij groote hoogte bereiken, zijn te schraal en te verspreid om scha-
duw te geven. Alle leven buiten de insecten schijnt uitgestorven te zijn;
de kudden geven geen geluid; zelfs de roofvogels krijschen niet; alles zoekt
het kostbaarste wat hier bijna geheel ontbreekt, de schaduw.
Nu hebben de herders tijd aan zich zeiven te denken. Zij legeren zich
om den dampenden ketel, waaronder het vuur bij gebrek aan hout met
riet, droog gras of mest wordt onderhouden, en laten zich hun eenvoudig
maal, dat uit groenten en paprika-spek (paprika is de Hongaarsche naam
voor Spaansche peper), melk en brood bestaat, goed smaken. Dan praten
en schertsen zij, gemakkelijk op den grond liggende, onder 't genot van
de onmisbare pijp.
Ondertusschen is het ongeveer 2 uur geworden en de kudden worden
weder op de weide gedreven. Langzaam bewegen zij zich voorwaarts en
de afzonderlijke troepen verv\djderen zich eerst verder van elkander, als
de zon begint te dalen. Nu ontwaakt voor de tweede maal het eigenlijke
leven der steppe, en ook de kudden bekomen langzamerhand hare frisch-
heid tenig.
Met de uren van den dag veranderen de verlichting der poesta en de
kleur van het hemelgewelf; geen schilder, geen dichter kan de zachte tin-
ten weergeven, waarin de verte is getooid. Eindelijk daalt de zon neer
als een bloedroode, reusachtige bol in eene spookachtige, vaal en gloeiend-
rood gekleurde zee; nog lang na haar ondergang zweeft haar beeld boven
den gezichteinder. Nu sluipen uit de moerassen koele dampen en zachte
nevels te voorschijn en verbreiden zich over de heide.
De kudden keeren verzadigd en rustig naar hare omheiningen terug,
waarin zij worden opgesloten. De wolfshonden legeren zich daar om tóe,
ieder daar waar men zijn voedsel heeft gelegd, en niet gemakkelijk zal hij
zijne gewone plaats verlaten.
Nu biedt de steppe op eens een verrassend gezicht aan: overal, bij
iedere omheining stijgen flikkerende vuren op, tot aan den horizon, en
steken schril af bij den nachtelijken hemel. De herders bereiden en gebrui-
ken hun' avondmaaltijd, eenige koeien en schapen worden gemolken, en
als dit alles is afgeloopen, bezoeken vele herders hunne buren en brengen,
om het vuur liggende, den tijd met praten en spelen door. Op gemeen
verzoek vertelt de szamadó (opperste herder) aan zijne bojtaren (helpersen
ondergeschikten) aloude sagen en verhalen, die hij zelf, toen hij bojtar
was, uit den mond van zijn' szamadó heeft opgevangen. Romdoin heerscht
de diepste stilte, en geene der luisterenden waagt het hem in de rede te
vallen. Eerst laat in den nacht breekt hij zijne vertellingen af, en weldra
slapen allen.
Zoo is het leven der herders op de poesta, schijnbaar even eentonig als
de poesta zelve. Maar, evenals deze de grootste verscheidenheid aanbiedt:
welige tarwe-, mais- en tabaksvelden, doodsche natronvlakten, zachte wei-
den, magere grasvlakten, schraal zand en dorre heidevelden of moerassige