Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
liet naauwkeurig aan; een jongen, welke een
voorwerp naauwkeurig wil aftekenen, moet
liet zelve naanwkenrig'aanzien. Iets, aan het
M^elk iemand niet veel gelegen is, ziet men maar
vlugtig, cn niet naauwkeurig aan. Een liederlij-
ke jongen ziet dikwijls ook dat gene, waaraan
hem veel gelegen is, dat gene, het welk hij
leeren , of het welk hij affclirijven of aftekenen
moet, niet naauwkeurig aan.
uian ccncn mcnsch , aan een dier,
aan eene zaak iets zien.
Men ziet dikwijls aan den fchoorlleenveeger
roet; aan den wolkammer wolle; aan deti boer,
die van den akker koomt, modder; aan iemand ,
die kort te vooren kerfcn gegeeten heeft, een
zwarten mond; aan iemand, die de kinderpok-
ken zwaar gehad heeft, naaden, en aan ecnen
gewonden bloed.
Wanneer ik eene zaak naauwkeurig aanzie,
dan zie ik veel aan dezelve, het welk ik niet
opmerk, als ik ze niet naauwkeurig aanzie
Wanneer ik eene bloem niet iraauwkeurig
aanzie, dan zie ik ilechts den bloem; wanneer,
ik dezelve naauwkeurig aanzie, dan zie ik derzel-
ver helmlbjltjes, ik zie, hoeveel bladen zij
in haare kroon heeft, en of zij rond ofcirond,
geheel gerand of getakt zijn.
Men kan ook aan eene zaak iets mecnen te
zien, het gene niet aan dezelve is. Men meent
b. V. dikwijls, dat men cenen berg digt aan
eenen anderen ziet (taan, terwijl uuren lange
dalen tusfchen beide liggen.
Het gene men altijd door een groen glas aan-
ziet, meent men ook, dat men ziet, dat het zelf
groen is. G a Wan-