Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
"boorncn (lukken rotfen -en hutten ynn hunrïe
pï.\v.ts niet zich aan den voet des bergs na;tt
beneden fcheurt.
Diepe beeken, die weinig val vau water
hebben, geeven in haaren loop bijna geen ge-
luid; beeken, wier water niet diep iS, hoort
men over haaren grond ruiichen, en hoe meer
val van water zij hebben, zoo veci te meer
hoort men haar daarover heenruiichen; waar
het v.ater op raden geleid wordt, daar mischt
het, en wanneer het htt 'rad drijft, zoo ver-
mengt zich een gcruisch met het draaien van
h.t rad. Wanneer een beek over ecnC fleiJen
muur van rotfen naar beneden Inoet loopen,
ZKt öntltaat er een M^tcj-val , die Herker of
zwakker ruischt , gentas maakt cn opbor-
relt, naar maate haarè rotsmuur hoog is, niar
inaate zij meer of minder water heeft, en naar
mante cr meer (lukken rotfen, welke aan den
rotsmuur uidleekén en in de bjck rondom
liggen, haaren loop in den weg flaan.
ßeckcn, welke door wilde, boschrijke, berg-
en rots-achtige ïlreeken , loopen m.iiken gei-aas
en ruilcheu waar zij zich tusfchen ftecnen en
rotfen moeten doordrijven , even als kleine
watervallen.
Na enen (terken regen loopen de beeken,
inzonderheid in de bergachtige (Ireekcn , plot-
feiiug over, voeren dikwijls met een groot ge-
raas, boomen, wortels, groote ftukken hout-^
groote (teenen, zelfs ftukken rotfeh met zich ,
breeken de dijken, cn ncemen ruifchcnd, wen^
telende en ftroomende ov^er weilanden en vel-
den tusfchen huizen cn fchuuren haaren loop.
De meiren geeven, als het water ftil is^
geen