Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
<<3eliiiden, wclkc'A de Uvtnlooze Ndtaur voortbrengt.
#\Vanneer de legcn in Iterke droppen op het
dak valt, dai hoort raen dcnzclven onder het
drik. Wanneer de wind de regendroppen te-
gen de vensvers cn glazen aanjaagt, hoort men
dezdve daartegen aanfiaan. Aan den ftillen
oever van her méir, in het ffille bed van ee-
ne bron, cn Waar altijd liggend w^ater ftil-
Ihat, hoort men de regendroppen meer of
minder, naarmate '/a] groot of klein zijn, er
in vallen.
W an::ecr iemand bij het begin van eenen
r.gen onder eenen boom ilaat, dan hoort hij
de regendroppen opde bladeren des booms
vallcn\ na eene wijle vallen zij van de bla-
den af, cn worden liet-afvaihn hoe langer
hoe grooter, en zoo zWaar, dat hij ze nu zeer
gemaklijk op den grond hoort vallen.
Wanneer de regendroppen bevriczeiï, cn ah
hïigel uit de wolken neervalt, kletteren zij op
de daken, tegen de vensters en glazen, en
waar zij tegen aan liaan, geu-oonlijk vrij fterk:
êii de wolken zelve, die zoodanig een weder
voortbrengen, maaken dikwijls zulk een (terk ■
geraas , dat men dezelve nuren ver hooren
kan. Het fneeuwen hoort m::n niet, maar de
gevallen fneeuw hoort men kraaken, wanneer
zij iterj; bevroozen is, en men er overgaat» Men
hoort de fneeuw ook, wanneer haar eigen ge-
wigt haar van boven van torens en fteiledakea
naar beneden doet vallen. Het fterkfte hoort
men dezelve bij fteile gebergten, wanneer zij
in de lente, even als van de torens en daken
door haar eigen gewigt geftoten, in onzachelij- '
ke klompen afitort en iu het rollen en Horten,
bo-