Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
Herders of herdersknaapen kunnen door het
blad fluiten mnar dat is evenwel moeilijk te
leeren; het duurt menigmaal recht lang, voor
dat een het treft, hoe hij d.n mond fpits maa-
ken en blaazen moet, waanneer het blad geluid
zal geeven.
Er zijn jonge landlieden, die het fluiten
der meeste vogels nabootfen, en meezen en
ardeic vogels daarmede in den flag kunnen
lokken. En dau zijn er ook kwaade jongens ,
die danfcn cn liederen fluiten, wanneer vader
cn moeder- en knechten, wanneer hunne
meesters hen bèftraffen, om dezelve daar
mede te toonen, dat zij niets naar hen vraa-
gcn.
De liefde tot het ftuHen is, even als de lief-
de tot het zingen, een gevolg van de vatbaar» '
heid der Menschlijke Natuur voor de hanno*
nie der toonen, en het is een gedeelte der
toonkunst, die even als het zingen voor een
hogen irap van fijnheid en kracht vatbaar is.
Maar neeleriger, dan het gezïing hebben wij
den aanfeg van hei fluiten met de vogelen ge-
meen: ook is deze aanleg met de edeler ge-
voelens der menschlijke natuur op verre na
niet zoo naauw verwandt, als hel;- gezang; en ge-
dachtenlooslieid, is veel meer de begeleidilef
van het fluiten, dan van het gezang.
Met den mond ju'ichcn»
Jonge, moedige, ongeflepene, en onbefchaaf-
de Menfchen juichen alle gaarne, m. ar be*
fchaafde en geflepene juichen zelderi: moede-
loozen juichen in het geheel niet, en oude
lieden kunnen het niet meer.
M 4 Bij-