Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
Met waarheid en onwaarheid ontfpreekt
nien den eenen het verfland, den anderen een,
goed hart, dat is, men beweert van den ee-
nen dat hij weinig verlland heeft, van den an-
deren, dat hij geen goed hart heeft.
Die zeker weet, dat hij een recht op iets
heeft, laat het zich niet gaarne ontfprecken.
Met iemand iets affprtcUn, of cenc affpraak met
iemand over iets maakeu.
Jonge lieden maaken gewoonliik op Zon-cn-
Fecstdagen met elkander affpraak.
Kvv^aade verwilderde Menfchen fpredcen dik-
wijls met elkanderen eene moedwillige daad,^
cendiefllal, zelfs een moord af.
W^'elgezinde kinderen maaken dikwijls met
elkander affpraak, om hunne Ouders op hun-
nen doopdag of geboortedag enig genoegen te
verfchaffen.
Iemand tegevfprtckea*
Geene dan kwalijk opgevoede menfchen fpree-
ken gaarne tegen; maar eenige menfchen han-
delen en fpreeken op die wijze, dat men hen
fnoet legenfpreckcn. '
Die zich nooit kan laaten tegenfpreeken, of
geene tegenfpraak duldt, is dom en eigenzinnig.
Het tegenfpreeken of de tegenfpraak brengt
oneindig meer waarheid en krachts oefening
voort, dan de elendige aanmatiging, om zon-
der teegenfpreken meester en eigenmagtig te
Avillen zijn. Die niemand anders, dan zichzeN
ven en zijne jabroers hoort, die is hen on-
waardig, welke hem met waarheid tegenfpree-
ken, cn hem door hun tegenfpreeken, zoo veelte
hooger zoude kunnen verhelFen, hoe laager hij
zender hunne waarheid ftaat. Die