Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
dcflelling ketent. Met is in de oogenblikken,
in welke zij het \vasclit en reinigt, dat zij
elk gedeelte "van zijn lichaam, het welk zij hem
nat maakt en weder afdroogt, ook noemt
en noemen moet; het is in den naanwfteiï
lamenhang met zijne verzorging, dat zij hem
zegt en zeggen moei: geef mij uw handjen,
geef mij uw voetjen , cn weder, wanneer zij
. hem te eeten geeft, dat zij brij, pot, en lepels
noemt; doch het is ook tc geHjk de innigitc
zorgvuldigheid en liefde dezer verzorging,
waar door zij, wanneer dc brij te warm is,
dezelve op den lepel koud laat worden, cn wel-
ke haar, terwijl zij dezelve het kind lang-
zaam naar den mond brengt, doet zeggen: gij
moet ^vachten, het is heet !
Maar de kunstkracht, om de kinderenfpree-
ken te leeren, is bij den grootlten hoop, in
het wezenlijklle van dat gene, wat dezelve
hier toe vereischt, zeer beperkt. ^ Veele wij-
ven, die hunnen mond over al het gene in den
hemel cn op aarde is, wijd open doen, zijn
niet in (laat, om het kind drie of vier deden
van het oog, van den neus en van den mond
tc noemen. Over het vreemdst voorkomen-
de weeten zij geheele nuren lang te fnappcn ,
maar over het meeste, het welk tot de vor-
ming van het kind het gewigtiglle is, al JigE
het haar ook voor de voeten, kunnen zij geen
woord voortbrengen. Het is een treurige waar-
heid, maar het is waarheid: de groote hoop
heeft die taalkennis niet, welke vereischt wordt,
om een kind fpreeken te leeren; het is een
treurige waarheid, maar het is waarheid: de
S^Joeders in het land kunnen haare kinderen
I 3 g^cn