Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
70 JEREMIAS DE DECKER.
VERGEEFS VERGEVEN.
Dirk scheldt zijn' vijand kwijt, die hem ter dood verwond heeft,
En sterft met hem verzoend: te weten zoo hij sterft.
Maar, zegt hij, geeft hem God, dat hij eens weêr gezond leeft,
Hij zal hem doen verstaan, met wien hij 't heeft verkerfd.
Wie zich niet wil wreken, omdat hij zich niet kan wreken, bezit
voorwaar de regte vergevensgezindheid niet: deze waarheid maakt den
inhoud uit van dit Puntdicht, in hetwelk inzonderheid de beide eer-
ste regels met de twee volgende eene levendige tegenstelling maken.
OP MIJN PAARD.
Mijn paai'd gaat slijten, dat men 't ziel ('),
Het eet en drinkt en anders niet.
Wat reden is hier uil te delven
't Vergaal, omdat hel niet vergaal
Wal raad? de plaaster ligt op straat
Verstaal gij 't niet? 'l verstaal zich zeiven C').
JEREMIAS DE DECKER, een dichter van sierlijke netheid,
gelijk VONDEL hem noemde, behoorde tot den koopmansstand
en genoot geene eigenlijk geleerde opvoeding. Hij werd gebo-
ren te Dordrecht in 1609 of 1610, en vertrok van daar met
zijne ouders naar Amsterdam, waar de dood in 1666 aan zijn
leven een einde maakte.
(*) 3Iijn paard wordt eiken dag minder. (®) Wat mag toch wel de reden
zijn van dien slechten toestand mijns paards? Het kwijnt weg, omdat het geen
verre togten meer doet, t. w. het staat te veel op stal. Pleister. D. i.
meerder bAveging zal het wel genezen. Het bederft zich zelf door het
staan. Let ook liier weder op de door huygens zoo beminde woord-
spelingen, die dit niet onaardig vers tot een half raadsel maken.