Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
CONSTANTUN liUYGBNS. 71
»Dal ik vlaggen, schul en louw
»En de niaals, die met me varen,
»Vrijen zei van dut en rouw^
»Reeërs (jouwerliefde mien ik,
»Die van vers op *t kusse vielit) (-')!
»Wiljer an? Kedaar jou dien ik,
»Jou allienig bij dit licht
»Weéran " rie]>en de Matrozen,
»'lis een man ofl Mouring waar,*'
En de Reeers, die hem kozen,
»Weèran 't is de jonge vaar
Heintje peurde strak aan 't stuur en
Haalde 'l anker uil de grond,
't Scheepje ging door 'i zee-sop schuren,
Offer Mouring nog aan stond.
NAMEN VAN DE ZON.
Er zijn weinig dichters, die de kracht en den rijkdom onzer schoone
Moedertaal zoo goed hebben gekend, en daarvan in lumne geschriften
zoo vele bewijzen liebben gegeven, als huygrns. Uit dien hoofde nam
hij niet zelden de vrijheid, om geheel nieuwe woorden te smeden,
waarin hij dikwijls zeer gelukkig slaagde. Tot eene proeve van dit
zijn talent schrijven wij de onderstaande verzen af, in welke niet min-
der dan 28 onderscheidene namen aan de zon gegeven worden.
Mij en zult gij niet verjagen (*),
Felle straler van omhoog.
Snelle meter van onz' dagen ,
Geschut. Bevrijden. Ik meen het ter liefde van u, die
van verre op het kussen vecJu, d. i. die op het raadsheerlijke kussen
den gang des oorlogs gadeslaat en denzelven bestuurt. Wilt gij ?
uelaan. U alleen bij het licht des hemels. Top. Vader,
t. w. die voor ons weder zijn zal, wat maurits geweest is. Vat-
te het roer met eene vaste hand aan.
(*) Deze regel is alleen te verklaren uit het voorafgaande: in het
vorige vers begint huygens den middag tc schetsen (zie deszelfs 's Gra-
venhaagsche Voorhout), en zegt, dat de wandelaars het Voorhout ver-
laten wegens dc middaghitte; maar mogen anderen de zon ontwijken,
hem zal zij niet verjagen.