Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
7i) CONSTWn.IÏS lïlfVGEN.S.
Had zijn wakker oog Leslopen ,
En heju, leeuw, gemaakt tot schaap.
Reecrs en matrozen -riepen:
»Och, de groote schipper! och!
»Wat zou 't Schaan, of wij all' shepen,
»Waakte schipper Mouring nog!
»Schipper. Mouring! maar je legt er,
»Maar je legt er plat' eveld !
»Stout verweerder, trotsch bevechter
»Bei te zeewort en te veld !
»Kijk, de takels en de touwen,
»En de vlaggen en het schut,
»Staan en pruilen in den rouw en
»Altemalen in den dut
»DtUten?" sprak Mooi Heintje, »dutten
»Stille, maats! een toontje miji!
»Dutten? — wacht! — dat most ik scliutten
»Bin ik anaders die ik bin.
O
»'k Heb te lang om Noord en Zuijen
»Bij de baas te roer estaan
»'k Heb te veul gesnor van buijen
»Over deuze muts zien gaan
»'k Zei 't hun ligtelik zoo klaren
's Lands Stalen en het Volk; dat de dichter deze, zoo als voorts
Mooi Heintje, sprekend invoert, geeft aan dit vers veel levendigheid en
fraaiheid. />oor den dood neergeveld. Beide ter zee en te land.
De zin dezer vier regels is: het geheele schip, d. i. de geheele Staat,
is bedroefd cn ter neêrgeslagen tvegens uto verlies; men wachte zich oiti
elk heeld, zoo als de takels, touwen, enz., afzonderlijk te willen ver-
klaren. (*-) Mooi Heintje valt nu de reeders en matrozen in iiet woord j
de manier, waarop huygens hem dit laat doen , is geheel in den toon
van dit stukje, Daar moet ik voor waken. Prins maurits.
Aan het roer gestaan. Deze, Regels als deze zullen gewis
door een* ieder met genoegen hier worden aangetroffen; immers 3/ooi
Heintje spreekt regt op zijn zcemans! Ik zal het zeer gemakkelijk zoo
vxtcn te schikken'