Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
CONSTANTMN HtYGENS. 07
CONSTANTIJiV liUYGENS, Heer van Ziiylichcm, Zeelhcm eu
Monnikenland, geboren te 's Gravenhage, 4 Sept, 1596. Hij wjis
gedurende twee en zestig achtereenvolgende jaren Puiad en Se-
cretaris van de Prinsen frederik iiendrik, willeh II en wille3i III;
waarna hij in 1087, op Hofwijk, zijn Buitengoed aan den Vliet.
hij Voorburg, <len ouderdom van 90 jaren bereikt hebbende,
overleed.
OP DE GIEIÏTGAARDS EN LUliiARDS.
Huygens is in i\l zijne geschriften vernuftig en geestig, en zoo rijk
in oorspronkelijke gedachten, eigenaardige uitdrukkingen en wendin-
gen, dat men zijne verzen den meesten tijd met bedaardheid lezen en
doorgaans herlezen moet, om ze wel te begrijpen. Tot een bewijs
daarvan nomen wij hier eenige regelen over uit zijne Etiplirasia of Oogen-
iroo.st, zijnde oen Hekeldicht, waarin hij aantoont, dat do meeste men-
schen zedelijk blind zijn.
De gierigen zijn Llind : zij zien maar door Imn beurs,
Die dik en duister is (^)j en geeft bun eens wat keurs
Van wijs en ongeleerd, zij weten 't niet te scheiden
Van vroom en deugdeloos, de rijkste wint van beiden j
Van schoon en van mismaakt, de rijkste weegt hun meest,
Van bot en van beleefd , zij zijn voor 't rijkste beest j
Van nut en van onnut, van onecl en van adel ,
Zij keuren 't beste paard naar den verguldsten zadel
Zij kennen vriend noch maag door 't blikken van de winst (*')•,
Hun brillen zijn van tien ten honderden, voor 't minst
(*) Dat de gierigaards zich van hunne beurs als van eenen bril be-
dienen, is eene oorspronkelijke gedachte en geheel in den geest van
huygens; hij wil er mede zeggen, dat gierige lieden zich in hét be-
oordeelen der dingen alleen door de begeerte naar geld laten leiden.
(') Laat gij hen kiezen tusschen wijs en ongeleerd, dan weten zij don
eenen van den anderen niet te onderscheiden; zij hebben alleen ver-
stand van gold, en wie de rijkste is, heeft stxMïds bij hen de voor-
keur. Hier voor lomperd. Heel goed laat de dichter in de-
zen regel uitkomen, dat de geldzuchtige, zonder op de innerlijke
waarde eener zaak te letten, alleen oogen heeft voor rijkdom. (-)Ook
vriendschap en bloedverwantschap gelden bij den gierigaard niets; door
het blikken y d. i. het flikkeren van de winst, worden zijne oogen niet
/.eldon zoo verblind, dat hij vrienden luich magen kan zion. ('') Do
5*