Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JOOST VAN DEN VONDEL.
I
OP \V0UTE11 CRAIÏETII.
Offert wouter met elias ,
Doove verf schijnt hemelscli vier ^
Eet liij 't Paasclilam met Messias,
Zijn penseel, vol aard en zwier,
Draaft te geestiger en stouter.
Zet zijn heeld op 't Schilders outer.
Wij geven van dit vers de volgende omschrijving: wanneer wouter
orabeth de offerande van klias (1 Kon. XVIII) op glas schildert, schijnt de
doffe verf van hemelsch vuur te gloeijen, en als hij het laatste Avondmaal
van jezus met zijne jongeren schetst, dan verheft zich zijn penseel vol oor-
spronkelijkheid en sierlijkheid nog tot een grooter vernuft en stoutheid. Voor-
waar! zulk een man verdient op het altaar van den God der Schilderkunst
geplaatst en aldaar geëerd te worden. In dit Bijschrift is vooral het korte
en zaakrijke op te merken, hetwelk, om vondels eigene woorden te
gebruiken, met zoo veel aard en zirier wordt uitgedrukt. De laatste
regel is verrassend.
' OP DIEDERIK CRABETH.
Diedriks uurglas is verloopen,
Nog volhardt hij door Sint jan
' ^t Volk te leeren en te doopen,
; Daar het grimmelt om dien man,
Zoo vol ijver, als boetvaardig,
i Is die held geen kunstkroon waardig?
Ook dit vers zou men op de volgende wijze in ongebonden' stijl kun-
nen overbrengen: Hoewel diederik crabeth niet meer in leven is, gaat hij
toch nog voort om door zijnen johannes hei volk te leeren en te doopen,
k Immers hij heeft ons den dooper afgebeeld, terwijl deze, door eene groote
^ schare van menschen omstuwd, zoowel zijn' ijver als zijne boetvaardigheid
doet uitblinken. Is die man, welke zulk eene hoogte in de Schilderkunst be-
reikt heeft, geene kunstkroon tvaardig? Men herhale hier de aanmerking
op het voorafgaande Bijschrift. — Dat verder de Gebioeders crabeth
vermaarde Glasschilders waren, welker kunststukken uit de 16de eeuw
in de St. Janskerk te Gouda gedeeltelijk nog aanwezig zijn, dit zal ook
aan onze jeugdige lezers en lezeressen, gelijk wij vertrouwen, niot on-
bekend zijn.