Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JOOST VAN DEN VONDEL. iïJ)
OP IIET STOKJE VAN JOHAN VAN OLDENliARNEVELD,
VADER DES VADERLANDS.
Dit stukje kau lot een bewijs verstrekken, dat zelfs een anders niet
zeer poëliscli onderwerp door bem, die in waarheid dichter is, dich-
terlijk kan worden behandeld.
Mijn wenscli behoede u onverrot,
o Stok en stut, die geen' verrader,
Maar 's vrijdoms stut (*) en Hollands Vader
Gestut hebt op dat wreed schavot,
Toen hij voor 't bloedig zwaard moest knielen.
Veroordeeld als een seneca (-),
Door nero's haat en ongenaé
Tot droefenis der braafste zielen.
Gij zidt nog jaren achtereen
Den uitgang van dien held getuigen,
En hoe geweld het regt dorst buigen,
Tot smaad der onderdrukte steen
Hoe dikwijls strektet gij in 't stappen
Naar 't Hof der Staten stadig aan
Hem voor een' derden voet in 't gaan
En klinnnen op de hooge trappen.
Als hij belast van ouderdom
Papier en schriften overleende C^) ,
En onder 't lastig landpak steende.
Wie ging, zoo krom gebukt, nooit krom
Gij rusttet van uw trouwe pligten
Na 't rusten van dien ouden stok ,
Geknot door 's Bloedraads bittren wrok-,
Nu stut en stijft gij nog mijn dichten
(*) Dev vrijheid sleun of voorstander, t. w. oldenbarnevelo. (®) SE^fxa,
leermeester van nero, werd door dezen van het leven beroofd.
Zoo wordt hier Prins malrits genoemd. De geschiedenis van
olüenbarnevelds dood is te bekend, dan dat deze regels nog verkla-
ring zouden behoeven; uilgang is uiteinfie. Gedurig. Deze en de
volgende regels, waarin wij den grijzen oldenbarnevelo als op zijn stok-
je leunende, meenen ie aanschouwen, zijn bijzonder schilderachtig.
(') Eigenlijk voorover leunde, d.i.: voorover gebogen ging, Kromme,
slinksche wegen. Gij hebt uitgerust. Het woord stok wordt hier
in den zin van steun gebezigd en ziet op oi.nenbarnevfln. (") Gij on-