Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JOOST VAN DEN VONDEL. iïJ)
Geen water Llusclit dit vuur,
Het edelst', dat Natuur
Ter wereld heeft ontsteken ;
Dit is het krachtigste cement,
Dat liarten hindt, als muren hreken
Tot puin in 't end
Door deze liefde treurt
De tortelduif, gescheurd
Van haar' beminden tortel;
Zij jammert op de dorre rank
Van eenen boom, verdroogd van Avortel,
Haar leven lank
rijk in liartvcrhenende denkbeelden en die uitnemend wel op het voor-
afgaande volgen j men lette ook op de zeer goed uitkomende opklim-
ming of climax, waardoor de grootte der huwelijkstrouw steeds sterker
wordt uitgedrukt. Vondel wil zeggen, dat de liefde, welke echtge-
nooten verbindt, een cement is, sterker diin forsche muren, die ein-
delijk tot puin worden vermorzeld. De beide beelden, vuur cn cement.
waardoor zoowel de innigheid en kracht als de duurzaamheid en sterkte
dier liefde uitgedrukt worden, zijn edel en fraai. De verrassende
beschrijving der tortelduif is aandoenlijk en roerend, en beantwoordt
volkomen aan het doel, waartoe de dichter haar hier heeft geplaatst.
Het weemoedige dier regelen wordt vermeerderd, doordat de tortel-
duif, op den dorren tak eens uitgestorven' booms, haar verlies, gedu-
rende haar geheele leven, betreurt. Inderdaad, eene meesterlijke greep,
niet alleen om het denkbeeld uit te drukken, dat de huwelijkstrouw
sterker is dan de dood, maar om ook de droeflieid en den verlaten*
toestand aan te duiden, waarin echtelingen zich verplaatst zien, alszij
van hunne geliefden door den dood gesciieiden worden. — Het tref-
fende dezer ode wordt verhoogd door de versmaat, die zeer gepast is
voor zulk een deftig en lyrisch dichtstuk ; onder anderen stuit de lang
uitgehaalde vóórlaatste regel van 4^/2 voet telkens zeer fraai op
den laatsten korten regel, die slechts twee voeten telt. Wij merken
dit op, omdat de onovertroffen versbouw of versificatie van vondel aan
nieniands aandacht mag ontsnappen. Vondel was in deze kunst de grootste
meester van zijn' tijd, een' iiooft, cats cn andere voorname dichters ver ach
ter zich latende. Men vergelijke, b. v., zich hiervan willende overtuigen,
de Alexandrijnsche verzen van vondel, oj) bl. 44 en 5(1, met de Alexan-