Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JOOST VAN DEN VONDEL. 53
Wien is der glansen glans verschenen
Dat zien is nog een hooger heil
Dan wij van uw Genade on tl eenen
Dat overschrijdt het perk en peil
Van ons vermogen. Wij verouden
In onzen duur; Gij nimmermeer.
Uw Wezen moet ons onderhouden;
Verheft de Godheid: zingt Haar eer!
Toezang,
Heilig, heihg, nog eens heilig,
Driemaal heilig; eer zij God!
Buiten God is 't nergens veilig.
Heilig is het hoog gehod
HUWELIJKSTllOUW.
Mibscliieii is cr nooit een gedicht vervaardigd, waarin de liefde en
trouw van minnende echtgenooten inniger en krachtiger is bezongen ,
dan in deze schoone regels, welke een' van de Reijen uitmaken in het
Treurspel: Gijsbrecht van Aemstel. In aanleg, verrassende overgangenen
waardigheid van uitdrukking, behoort dit gedicht onder de fraaiste
lierzangen geteld tc worden, die er in onze taal bestaan.
Waar werd opregter trouw
Dan tusschen man en vrouw
Wien is zoo veel licht, dat alles in helderheid zou te boven gaan,
medegedeeld, of aan tvien heeft zich de Godheid, hij wie enkel licht is, zoo ver
geopenbaard? U als zoodanig te kennen, gelijk Gg zijt, dal is een nog
grooter heil, dan hetgeen wij van uwe Genade ontvangen hebben, Zou
vondel, vragen wij, niet reeds dan den naam van een groot dichter ver-
dienen, wanneer bij ook niets meer vervaardigd had dan deze heilige
ode of lierzang? Welk eene deftige en voor het onderwerp zoo schoon
voegende versmaat! welk eene hooge verrukking des gevoels, die geene
woorden genoeg kan vindenI welk eene dichterlijke kracht en gloed!
Hoe vaak men dezen zang ook moge lezen, men zal hem zonder twijfel
altijd weder lezen met vernieuwde bewondering, en steeds zal hij ons met
de levendigste gevoelens van eerbied en heilig ontzag voor den Onein-
dige en Onbegrijpelijke vervullen.