Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JOOST V\N DKN VOM)KI.. 45
jldas.
En of ik zwijg of spreek, 't is aller broedren wil.
Het vonnis wordt geveld, men zal er regt mee doorgaan
ruben.
Mee doorgaan? laat eens zien, ik zal dien jongen voorslaan
En eerst verdadigen zoo lang ik adem schep,
Zoo lang ik hart in 't lijf en bloed in de adren heb.
Vervloekter stuk werd nooit van menschen voorgenomen C^).
judas.
Zij roepen vast: slaat acht op zijn verwaande droomen.
Hij arbeidt elk den voet te zetten op den strot.
De blinde vader eert gelijk een' aardschen God
Dat troetelkind, 't welk ons zoo eerlijk af kan malen
FuU lust schept om 't gezint en ieder te behalen
Wat Joseph doet is wel: wij hebben 't straks verkerfd
ruben.
Wat schelmstuk rigt men aan, dat niet en wordt geverwd
En meteen'glimp versierd-, maar of men 'tsier' met woorden;
Hoe schoon men dit verguldt, men leidt met broedermoorden
Geen eere in al zoo lang men ergens menschen vindt.
Die nog in reden staan De droomen van een kind,
Bestellen die nu stof om dus, als woeste dieren,
Als wolven op een lam te huilen en te tieren?
vader; hoe ijssehjk zijn de uitdrukkhigen: verwoede klaauwen en plassen
in hel bloed, en hoe ontroert ons het gezegde : het vaderlijke hart in 's
broeders borst doorsiooten, voor: den vader le vermoorden, terwijl wij de hand
aan onzen broeder slaan! liet tredende van deze schoone regels, gelijk
van alles wat ruben verder zegt, komt nog meer uit door het contrast,
of de tegenstelling, waarin zijne hartstogtelijke woorden staan met de koele
en laauwe zijns broeders. (®) Men zal het onverwijld voltrekken. Ver-
dedigen. (") Goed gezegd, omdat het kort en krachtig gezegd is.
Poogt, tracht. ('■*) Hetwelk otis in zoo schoon een daglicht kan plaatsen. Ju-
das spreekt hier bij wijze van zoogenaamde spotspraak oï ironie, het te-
gendeel bedoelende van hetgeen hij zegt. Huisgenooten. (**) Belas-
teren. Voor verkorven, d. i. misdaan. Bedriegelijken schijn.
IluBEN wil in deze regels zeggen: men zoekt elk schelmstuk met
een' bedriegelijken schijn te verbloemen en met woorden op te pronken;
maar men zal dit niet kunnen doen met den beraamden broedermoord.
Die nog redelijk denken, Geven die voldoende redrmn?