Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
38 dirk nafelsz;, cvmpiillyskn.
De aarde is met gebloemt' gesierd,
Het bijken gaart zijn was,
Het leeuwerikje tiereliert,
En daalt op 't nieuwe gras.
Het bloempje dringt ten knoppen uit,
't Geboomte ruigt van lof
Het veetje scheert het klaverkruid
Graag van het veldjen of.
Elk diertje heeft zijn' vollen wensch ,
En kwelbegeert' leit stil ,
Behalven in den dwazen mensch
Door zijn' verkeerden wil.
De mensch, van ware deugden leeg
En vol van zotten lust.
Hem zelv' en andren in den weeg,
Vermoordt zijn eigen rust.
Dit leven, 't welk alleen niet endt,
Maar kort ook is van duur.
En ligt van zelf slaat tot eilend',
Maakt hij zich dobbel zuur.
't Vee wordt ontzield, zijn einde is snel,
En zijns doods pijn niet groot:
De mensch, door menig zielsgekwel,
Sterft meer dan éénen dood
Wordt ruig van loof. (*-) Ktvellende begeerte. De clicliter gaat
van de Natuur, waarin alles den Schepper looft, op den zondigen en
verkeerden mensch over; door deze tegenstelling van den mensch met
fle Natuur, wordt het treffende van dit lied niet weinig vermeerderd.
('*) Eene omzetting, voor niet alleen. Dubbel. Door zijne on-
rustige begeerten en bartstogten, bereidt de mensch zich somtijds ellenden en
smarten, die bitterder zijn dan de dood.