Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
jacoh (hts. 33
En bebt gij lust uw leed te wreken,
Zoo ga en beter uw gebreken;
Want een, die betert zijnen staat,
Doet leed dengenen, die liem haat.
Den gulden regel, door cats voorgeschreven, durven wij met alle
vrijmoedigheid aanbevelen; men zal er zonder twijfel wel bij varen.
Een blij gemoed,
Een matig goed ,
Ts wonder zoet.
Vriend! hebt gij brood.
Een duimpje groot,
Gij hebt geen' nood
Nog voor den dood.
Twee nuttige spreuken, om blijmoedigheid des harten, tevredenheid
met het leven en vertrouwen op God in te prenten.
Van hoog te gaan en veel te mallen
Plagt menig man in 't slik te vallen
Wie hooger klimt dan 't hem betaamt.
Die valt wel lager dan hij raamt.
Hoogmoed en ligtzinnigheid brengen velen tot een' val en in el-
lende; door de beide laatste regels wordt deze waarheid aanschouwe-
lijk voorgesteld; raamt, is denkt, gist.
De dag van gister is geleden,
Zoo let toch op den dag van heden,
En wilt dien immers wel besteden;
En wat belangt den dag van morgen,
Die is voor 's menschen oog verborgen,
Wilt daarom op het einde zorgen:
Een koets vol gouÜ, een kar vol steens,
Dat zal hier namaals zijn aleens.
Kan het denkbeeld treffender worden uitgedrukt, dat het verwer-
ven van goederen en bezittingen dezer aarde het voornaamste doelwit
van 's menschen streven niet mag zijn, maar dat hij iets hoogers en
beters te bedenken heeft?
3