Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
li JACOB CATS.
Zoo dat schier al de wereld zuclit.
Dan Luigt u, buigt gelijk een riet,
Zoo valt op u het onweer niet
VAN DE POMPOEN EN DEN EIK Q).
Een boer in zeker tuin gegaan ,
Vond daar een deel pompoenen slaan ,
Hij zag hoe dat het Lol gewas
Gansch dik en opgezwollen was,
En dat het lof en ieder tak
Was teer en voos en bijster zwak :
Hij zag tot zijne regterhand,
Daar stond een eikenboom geplant,
Die geen zoo zware vruchten droeg.
Maar klein gewas, dat niet en woeg
Hier vaart de man geweldig uit:
Ziedaar een ding, dat niet en sluit
Een vast, een dik en magtig hout.
Wel 't hardste van het gansche woud.
Dat stijgt tot Loven in de lucht.
Draagt maar alleen een kleine vrucht,
En ziet, een kruid van geene magt.
Dat brengt ons voort zoo zware dragt.
o o
Wie cats immer van langdradigheid of van een' grooten omliaal
van woorden moge bebchuldigen — en wij ontkennen niet, dat de
goede, oude, zoet-voortkeuvelende Vader nog weieens tot dat gebrek
vervalt, — hij zal dit echter niet kunnen doen bij het lezen der zede-
les, die uit deze Fabel getrokken wordt. Of is zij niet met behoor-
lijken nadruk en gepaste beknoptheid voorgedragen?
(*) Eigenlijk beeft cats deze dichtregelen verkeerdelijk onder zijne
Fabelen gerangschikt; daarom willen wij dit stukje liever eene vertel-
ling noemen, in welke soort het niet tot 's dichters slechtste voort-
brengselen behoort, p) Eene bekende vrucht, anders kalebassen ge-
noemd. Loof, bladen. Sponsachtig. Dal geene aamnei-kelijke
zwaarte had. Cats laat den bediller regt tieffend als uit de hoogte
spreken, hetgeen doorgaans liet geval is met dezulken, die aanmerkin-
gen maken op de wijsheid en goedheid van don oneintligen Schepper j
niet sluit is heigeen nici voegt, niet past.