Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JACOll CATS. 13
OPWEKKING VAN NEERLANDS ZEEVOLK.
Dezelfde dichter, die zoo kinderlijk eenvoudig den dood van een
niubchje betreurde, kon zijne lier ook tot eenen geheel anderen toon
stemmen. Fiksch en ferm worden liier de zeelieden tot het bevechten
van den Spanjaard opgeroepen. Inderdaad! dit is echte mannentaal.
Zeehelden! wakker volk! pekbroeken! rappe gasten!
Op! rukt nu wederom de vlaggen van de masten,
Gaat, jaagt.eens opeen nieuw den Spanjaard over Loord,
En .-haalt eens wederom, dat gij ter zee verloort :
't Is lang genoeg gegeeuwd, 't is al te lang geslapen;
Komt, wordt eens, dat gij waart en als gij zijt geschapen;
De zee en haar gevolg, daar zijt gij toe gewend.
Daar is uw eigen huis, uw eigen element;
Al wat op aarde leeft, al wat er is geschapen.
Dat kent zijn eigen kracht en weet zijn eigen wapen ;
Ja weet wat hem gemak , of eigen voordeel doet,
En hoe het naar den eisch zijn' vijand krenken moet.
De leeuw vecht met den klaauw, de stier gebruikt den horen.
Met paard slaat met den voet. een haan met felle sporen ,
De zee is uw geweer (-), gebruikt daar uw geweld.
Daar is geen twijfel aan, de Spanjaard moet geveld:
De zee, die heeft u eerst den vrijen hals gegeven ,
De Godsdienst ingevoerd, den Spanjaard uitgedreven;
De zee, die heeft u eerst den vijand leeren slaan;
De zee maakt u gevreesd ook bij den Indiaan;
De zee breugt voordeel in en bouwt hier groote steden;
achtige, het natuurlijke en het gemaakte, het eenvoudige en het lafle.
Zoo gemakkelijk als men tot het laatste vervalt, zoo moeijelijk is het,
om het eerstr te bereiken.
(*) De aanhef gaat dadelijk op den man af, gelijk men zegt, en is
r^t op zijn zeemans gesteld; ook zijn de benamingen: zeehelden, wak-
ker volk, enz., zeer goed gekozen; vooral geldt dit van het woord:
pekbroekÈi, voor matrozen, De vergelijking van het wapen der ver-
schillende dieren met de zee, welke cats eigenaardig het wapen onzer
zeelieden noemt, is niet alleen vernuftig gevonden, maar brengt ons
bovendien dien beroemden tijd te binnen, toen Picêrlands vloot den
bezem op den mast kon voeren.