Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
li JACOB CATS.
Niij vrijsters! die dit aardig dier
Yoordezen hebt gekend.
Ik Lidde komt te zamen hier
Zijn tijdj die is volend:
Komt liier, gespelenI komt toch ras,
Komt ieder uit zijn T\'ijk,
Plukt maagdepalm en bloemgewas,
En siert het kleine lijk.
Het beestje, dat mij vreugde gaf.
En moet niet zonder kruid,
En moet niet dalen in hel graf,
Dan met een zoet geluid C') :
Doch maakt zijn graf niet in de kerk,
Maar buiten in het groen ,
En zet een vaars jen op de zerk,
Gij zult mij vriendschap doen.
Gaat, zegt dan nog de keukenmeid ,
Dat zij 3 naar de oude wijs,
Dat zij ons zoete pap bereid'.
En dat van enkel rijs.
Gaat, roept er al de kinders bij ,
De kinders hieromtrent j
Dat ieder ete van de brij,
Die 't beestje heeft gekend
kozen der irnisch natuurlijker, naïver cn in muzikaler klanken kun-
nen worden voorgedragen? Voorwaar! zoo wordt dikwijls bij onzen cats
de poëzij eene liarmonisclie mengeling van liefelijke denkbeelden, in
welgeschikte woorden gekleed. Zeer aardig worden de vrijsters en
gespelen uitgenoodigd, om bij de uitvaart tegenwoordig te zijnj zij
hadden het muschje gekend, en het trelTend sterfgeval was ook Iiaar
ter harte gegaan; zij zullen dan ook zekerlijk niet geweigerd hebben,
om het de laatste eer mede aan te doen. (') Gezang, De volgende
regels zijn misschien wel de meest naïve van het geheele stukje. Moge-
lijk denkt iemand, zoo hij eenigen aanleg tot de dichtkunst mogt be-
zitten, dat niets gemakkelijker is, dan zulk een versje te maken;
maar hij beproeve het en zal er het moeijelijke van ondervinden.
Kr is toch een groot onderscheid tusschen het kinderlijke en hel kinder-