Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JACOll CATS. 13
aanprijzing van het herders- en landleven.
(Uit de Galathea.)
In de Galathea^ een Herdersdiclit, stelt Daphnis aan Galathea, een
meisje, dat groot behagen schepte in de stad en.derzelvcr vermaken,
de genoegens van het landleven voor, om haar daardoor genegenheid
voor zijnen stand in te boezemen. Ofschoon wij slechts weinige regels
uit dit stuk, hetwelk een van cats zoetvloeijendste gedichten is, af-
schrijven, zal men ook uit dit weinige kunnen zien, dat de herder
Daphms zeer bevallig kan spreken en zijn onbezorgd leven van eene
bekoorlijke zijde weet voor te stellen.
Wie zijn schaapjes 's avonds teh,
Als ze komen uit het veld,
En hij vindt het vol getal.
Die en vraagt dan niet met al,
Wat een koopmans treurig hoofd (')
Van den zoeten slaap berooft-,
Hij en vreest niet, dat zijn schip
Mogt verzeilen op een klip;
Dat zijn waren hier of daar
Mogten komen in gevaar j
Dat een roover met geweld
Mogte nemen schip en geld;
Dat een schipper is een dief
Dat men zijnen wisselbrief
Mogte laten onbetaald.
Denk! hoe een, die leit en maalt
Op deez' zaken nacht en dag.
Wijf en kind vermaken mag
Ik en houd niet van het goed.
Dat moet zweven met den vloed,
(*) liet koopmansleven, met zijne zorgen en beslommeringen, wordt
door den dichter, in onderscheiding van het geruste leven des land-
mans, met eenen grooten rijkdom van voorbeelden, in de volgende
regels beschreven. (®) Een aardige zet: wie zijn schaapjes 's avonds
telt en ze dan alle weder ter kooi mag drijven, weet van geen muize-
nissen in zijn hoofd als een koopman. Door dit woord wordt het
wisselvallige van het koopmansberoep schilderachtig uitgedrukt.
O *