Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
li JACOB CATS.
Mijn ziel! "wilt gij verstaan, hoe na wij zijn ten encle,
Hoe na wij zijn vervoerd tot in des doods gevaar,
Keer ii eens om en om, en tel al uw bekenden,
Al die gij niet en vindt, die roepen u tot haar
op het nestelen van eenen ooijevaalï.
Een stukje, natuurlijk en bevallig gedicht, dat met nuttige leeriug
besloten wordt: laat het eene bijdrage zijn tot vermeerdering van
levenswijsheid.
Laatst als ik op een plaatse stond,
Daar ik mij stil en eenzaam vond.
Zoo werd ik op het huis gewaar
Een' langgebeenden (*) ooijevaar,
Die maakte daar een groot gebouw
Te midden op de keukenschouw
Wat brengt het beest een groot beslag!
Wat brengt het dingen aan den dag!
Wat brengt het ruigte, stroo en mos!
Wat brengt het takken uit het bosch!
Wat brengt het rijzen uit het woud,
Aleer het nest of woning bouwt !
(2®) T. w. tot den dood, welke bij onze Ouden zoowel vrouwelijk
als mannelijk gebruikt wordt. — Nog ééne aanmerking, die bijna ook
op alle andere stukjes toepasselijk is, welke men hier bij onzen dichter
zal aantreffen. Cats schijnt in het eerste gedeelte dezer Ueislcs te
willen schertsen j zijn verhaal brengt ons althans in eene vrolijke stem-
ming; maar welk eene ernstige waarheid weet hij ongezocht met zijne
vrolijke vertelling te verbinden! In deze vermenging van het vrolijke
met het deftige, van het blijde met het ernstige, is geen ander onzer
dichters hem gelijk; Cats leert ons, terwijl hij ons vermaakt, en ver-
betert ons, terwijl hij schertst.
(*) De bijnaam langgebeend wordt hier den ooijevaar zekerlijk met
regt gegeven. Keukenschoorsteen. Wie ooit den grooten vogel
zijn nest heeft zien bouwen, zal toestemmen, dat onze dichter niets
overdrijft; zoo blijft hij ook yervolgens aan de NatiTur getrouw.