Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JACOll CATS. 13
Een diertje, wiens gelaat
In zeldzaamheid Lestaat
Omdat liet niet en heeft
Als zang, die maar écn maand in 't gansche jaar en leeft.
Maar 't meeste wonder, dat
Zijn roem ooit heeft gehad,
Is, dat zoo kleine leden
Herbergen zulk een kracht van die luidruchtigheden
JACOB CATS, een groot Regtsgeleerde, Staatsman en dich-
ter, bekleedde, behalve andere ambten, bet ambt van Pensio-
naris van Middelburg en Bordrecht en Groot-Zegelbewaarder der
Heeren Staten en Grafelijkheid van Holland en West-Vriesland.
Hij werd geboren den 10'^'" November, 1577, te Brouwershaven,
in Zeeland, en overleed den 12''«'" September, 1660, in den
ouderdom van ruim twee en tachtig jaren, op Zorgvliet, bui-
ten 'j Gravcnhage,
n e i s l e s.
Dat de tijd ongevoelig voortgaat, dat wij met den tijd ouder wor-
den en nader komen tot den dood: dit zijn bekende waarheden; maar
zoo bekend als zij zijn, zoo belangrijk zijn zij tevens. Cats heeft ge-
tracht die belangrijkheid in een verdicht verhaal voor te stellen, en
op die wijze eepe nuttige les, om met nadenken en bezadigdheid door
Een diertje, hetwelk in aard cn hoedanigheid afwijkt van alle andere
vogels; waarin die afwijking met name bestaat, wordt gezegd in dc
beide volgende rogels. Een naïf gekozen woord, voor volle, schelle,
klanken, — Wij hebben tot hier toe met opzet geene ajmmerking gemaakt
aangaande het schoone en treffende dezer dichttoonenj want wij verbeeld-
den ons, dat men verrukt en opgetogen naar dezelve luisterde, gelijk het
zekerlijk gaat, wanneer men het zingen van den nachtegaal zeiven
hoort. — Maar nu kunnen wij ons niet langer bedwingen, uit te
roepen: Zoo weet Tesseltje (gelijk hooft tesselschade plagt te noemen)
het kunstrijk en wonderzinnig gekweel des lentevogels in welluidende
woorden weder te geven, en hare verzen als tot eenc echo of een' we-
dergalm te maken van zijn liefelijk gezang.