Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
10 PIEÏER COR^EUSZOON HOOFT.
Gij van uw Nestors kennis schreeuwen?
Heugd' liem van drie: den onzen lieugL
Van meer dan een lialf honderd eeuwen (-).
OP DE AFBEELDING DER GEREGTIGHEID.
De Geregtigheicl, of Regtvaardighcid, wordt, gelijk bekend is, voor-
gesleld, onder de gedaante van eene geblinddoekte vrouw, in de eenc
hand een ontbloot zwaard en in de andere eene weegschaal houdende.
De reden dezer afbeelding wordt ons, door hooft, fraai en vernuftig
aangewezen.
Wie wil dit wezen? De gestrenge dochter Gods ,
Die ieder 't zijne geeft. Wat doet ze met den zwaarde?
Als iemand overtreedt 't Lestek zijns regten lots ,
Zoo wapent de Overheid haar hand tot rust op aarde.
Waartoe geblinddoekt? 't Oog door haat noch liefd'moet dwalen
't Oor luistre^ Reden zij de evenaar der schalen
Dit doelt op de uitstekende geleerdheid van vossius , vooral in
de Geschiedenis. Nestor was een van de Grieksche helden , die zich
bij de belegering van Troje bevonden; homerus verhaalt van hem, dat
hij eenen zeer hoogen ouderdom bereikte.
(*) Hij noemt haar, dichterlijk en gepast, eene dochter Gods, omdat
de Godheid de hoogste regtvaardigheid en heiligheid zelve is. (') Als
iemand de maat te buiten gaat van hetgeen hem is toegedeeld. (') Dat is:
zij moet onpartijdig zijn; eene schilderachtige uitdrukking. (*) Het oor
vememe het voor en tegen, en de rede doe dan uitspraak. De rede is zoo-
veel als de naald der schalen, aantoonende, welke van dezelve de meeste
zwaarte heeftj zeer geestig gezegdl — De vragen en antwoorden, waar-
in dit stukje is voorgedragen, maken bet niet onbelangrijker.