Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
2 PIETER CORNELISZOON HOOFT.
Met ijzren punt, of houten staf,
Door 't vuur gescharpt in 't veilig graf
Geborgen heeft voor all' eliend.
U lieden is het onbekend,
Hoe bitter dat de keure zij
Van ballingschap of slavernij.
Wij trekken in een' ommering
Van droefheid en bekommering ,
Angstvallig zelf, angstjagend' aan
't Volk, daar wij zullen nederslaan
ZEDERIJMEPi.
Wat wij van hooft's zinrijke dichtwijze gezegd hebben, is op zijne
Zedcrijmen geheel van toepassing; wij zullen er eenige van mededeelen,
om er uit te doen zien, hoe hij nuttige en belangrijke waarheden en
opmerkingen, spreukswijze, met kortheid en kracht, voordraagt.
Door slofheid een goed opzet kan versmoren
't Moet zijn vervolgd met onversufte vlijt.
Wellevens konst wordt niemand aangeboren.
Tot zedigheid hoeft oefening en tijd.
Te luttel moeite is alle moeit' verloren
Die regt gewent zijn slimtrekkende zinnen,
Dat hun niet meer der oude kromheid heugt
Geraakt in 't eind, door zijn volharden, binnen
Het heerlgk hof der eerentfeste (®) deugd,
Daar vaste vreugd is, voor 't gemoed, te winnen C).
In oude lijden werden houten lansen of andere oorlogswerktuigen
van hout in het vuur gehard. Keuze. Wij worden geslingerd
tusschen droefheid en bekommering. ('ï*) Wg verkeeren niet alleen zelve in
angst, maar maken ook het volk bezorgd, onder hetwelk wij ons zullen neder-
zeuen.
(') Door nalatigheid of uitstel komt er soms van goede voornemens niets.
(') De kunst van wel te leven, d. i. van deugdzaam en braaf te zijn.
(®) Hij werkt zonder vrucht, die niet zoo veel doet, als hij kan. (*) Naar het
slimme trekkende, d. i. tot het verkeerde geneigde j de^toon moet hier
vallen op ken. Dat zij de oude verkeerdheid hebben afgelegd. (®) Ei-
penlijk vast in eere, hier achtbaar, C) Hooft slelt de deugd in deze