Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
BESLUIT.
Zoo hebt gij dan nu , heve lezers en lezeressen! dezen
bloemtuin met ons doorgewandeld, en op deze uwe wan-
deling onderscheidene schoone en aangename bloemen op-
gemerkt , of, eigenlijk gesproken, gij hebt thans in de
Werken onzer voornaamste dichters der zeventiende en
achttiende eeuw een' blik laten vallen, en daardoor onder-
scheidene stukjes leeren kennen, die uwe verbeelding en
uw gevoel aangenaam bezig hielden. — Er zijn sommigen,
die op onze Vaderlandsche Dichtwerken, vooral van vroe-
geren tijd, met een oog van minachting en als uit de
lioogte nederzien; maar wij vertrouwen, dat degenen, die
dit doen, deze Werken niet kennen. Wij zijn althans
verzekerd, dat niemand uwer, die ons tot hier toe gevolgd
hebt, tot die minachting in staat zal zijn, maar dat gij
veeleer den geest en smaak onzer oudere dichters zult be-
wonderen en hoogschatten.
Welnu', hebt gij dan dit boekje eens gelezen, legt het
niet voor altijd ter zijde-, neemt het nu en dan nog eens
weder ter hand, om u met hetgene er in staat, ver-
trouwd te maken-, prent u de lessen van deugd en gods-
vrucht, die u hier en daar gegeven worden, in verstand
en hart, want de meeste dier marmen, van welke gij iets
gelezen hebt, waren vroom en deugdzaam, en zoo als zij
geweest zijn, willen zij ook, dat gij als goede Christenen