Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
HIERONTMUS VAN ALPHES. 167
Dan zeilen wij op nieuwe vracht
Met leêge schepen uit
DE DOOD VAN PRINS WILLEM DEN EERSTEN.
Dit Puntdicht sta nog hier als eene derde proeve van van alphen's
zoo even geroemd, veelzijdig dichterlijk talent. Wij herinneren ons
niet in onze taal een vierregelig vers gelezen te hebben, waarin zoo
veel gezegd wordt, en het slot zoo kernvol en krachtig is.
"Daar ligt de hoop van Staat! wie stuit nu Spanje's woeden?
"De handen hangen slap : de held is bleek van schrik !
"Wie leeft er, die na Hem ons Neerland kan behoeden?"
Zoo sprak het weerloos volk-, maar Neèrlands God zei: "Ik!"
(®) Hoe onderscheiden is onderwerp en wijze van behandeling in dit
stuk van het voorgaande, en toch verdient van alphen ook hier allen
lofj inderdaad een bewijs, dat hij de meest uiteenloopende soorten
van poëzij geschikt wist te behandelen. In dit stukje onderscheidt
zich vooral het vierde couplet als zeer naïf en aardig j voor het overige
ib het geheele gedicht in eenen luchtigen en lossen toon gesteld.