Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
HIERONYMUS VAN ALVHEN. 103
Koor.
Als die 't Heelal regeert.
Frio.
A, B en C.
Zou 't Christendom zich niet verblijden,
Wanneer zijn oog de starren ziet?
Daar staan de grenzen van het lijden,
De starbewoners weenen niet
Eedle grijsaards, die met zilvren haren.
Bukkend, wagglend, neêrziet in het graf!
Ziet de woning, waar ge heen zult varen ,
Legt gerust het aardsche leven af!
B.
Jongelingen, maagden, frisch van krachtenI
Uwe vrome Vadren wonen daar.
Staan met open armen u te wachten.
Eert hunn' God en streeft hun deugden naar!
C.
Menschdom! zie het huis van jezus Vader
Zie den troon, waarop Hij zelf gebiedt,
Zon,dig menschdom! treed eerbiedig nader,
't Is de troon, dien Hij om u verliet.
Wie zou zoo ongevoehg ziju , dat hij door deze eu de volgende
regels niet met de streelendste gewaarwordingen zou vervuld worden?
Immers alles, wat de leer van jezüs den mensch troostrijks en ver-
heffends , bij het beschouwen van den starrenhemel, aanbiedt, hcefl
van alphen, in dit keurig Trio, bijeengevoegd. Onze dichter vei-
bindt hier zeer geleidelijk en ongedwongen onzen Heiland met de:v
starrenhemel, om ook Hem lof te zingen, en vervolgens van un/.e
aarde met hooge verrukking te gewagen.
10 *