Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
158 lUEUONYMUS VAN ALPIIKN.
lin kittelt zich, om hier zijn' wijsneus door te pieren.
Hij weet het uithangbord behoorlijk op le sieren.
In 't eind', hij brengt het t'huis^men roemt het naar waardij;
't Wordt opgehangen en de winkeher was blij.
Maar 's nachts is (wie zou zulk een ramp ook kunnen droomen?)
Een zware donderbui zeer schielijk opgekomen,
Verzeld van regen, die bijna een zondvloed scheen,
Waarvoor de beer niet was bestand, maar ras verdween.
Men ziet naar 't bord, zoo ras het daglicht werd vernomen :
'l Was alles als 't behoort, maar heeroom was 't ontkomen.
De schilder wordt ontboón-, men toont de zaak hem aan.
" Zie," zegt hij, "zie, Mijnheer! hadt gij mijn' zin gedaan ,
" Had ik hem aan geen touw, maar ketting vastgeklonken ,
" Dan zou hij nog op 't bord, zoowel als gistren, pronken
" Het touw is losgerukt door dien verwoeden beer;
''Nu is hij naar de maan gij ziet hem nimmer weêr
HIERONYMUS VAN ALPHEN was Procurcur-Gcneraal aan
het Hof van Utrecht, later Pensionaris van de stad Leiden, eu
Thesaurier-Generaal der Unie, Hij werd gehören, te Gouda, den
gsten Augustus, 1746, en eindigde zijne dagen, te 's Gravenhage,
den April van het jaar 1803.
T)E STABRENHEMEL.
Eene C a n t at e.
Een gedicht als dit, opzettelijk voor de muzijk vervaardigd en van
eenen aandoenlijken inhoud, waarin verschillende voetmaten voorko-
Ook deze vertelling is lachwekkend j de eigensvijsheid van den
winkelier wordt op eene koddige wijze door den schilder bestraft,
en de woorden en uitdrukkingen, waarin asschenbergh ons dit verhaal
lieeft opgedischt, passen zeer goed bij het onderwerp.