Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
15G IIAUMASUS ASSCHENBIiRGH.
Elk op zijn Leurt omhelst hem teêr.
Louw zeit in 't eind': " Mijn zoon! kom nader,
" Zet u aan tafel naast mijn zij-,
"Wat zijn wij thans vernoegd en blij!
" Laat ons wat van jouw wijsheid hooren:
"Het zal ons zekerlijk bekoren,
"Fylozofeer wat met ons. Kees (®)!
"Gij weet, dat ik al hiel veul (®) lees."
"Dat 's waar," sprak Kees; "maar 't u te zeggen,
"En 't filozofische uit te leggen,
" Daarin wordt nooit uw wensch vervuld,
"Dewijl gij 't niet begrijpen zult."
"'k Zal wel," zei Louw, " wil maar beginnen;
"Ik luister toe met al mijn zinnen."
Kees zag een bord met eijren staan
(Drie was 't getal), en ving dus aan:
"Ei, vader! wil mij eens ontvouwen
" 't Getal der eijren, die we aanschouwen?"
"Wel, jongen!" sprak de boer, "wel drie."
"Abuis! want mijn filozofie
"Ontdekt mij, dat er vijf zijn, vader!"
"Loop! loop! verklaar mij dat wat nader,
"Want, of mijn oog bedriegt mij zeer,
"Of drie, drie zijn er, en niet meer."
" Neen, neen!" sprak/Tee«, " gij zijt bedrogen :
"Ik zie met filozoGsche oogen.
"Maar, antwoord mij, op mijne beê:
"Daar drie zijn, zijn er daar geen twee?"
"Wel vast," zei Louw, "dat kan niet missen;
"Daar kan geen mensch zich in vergissen."
"Welnu! is drie en twee geen vijf?"
"o Ja, myn zoon! dat 's buiten kijf:
" Ik heb de filozoofsche" knepen,
"Versta je 't? nou al klaar begrepen!"
Straks grijpt hij 't bord met eijren aan,
En zegt: " Zie of wij 't ons verstaan:
C) Naif eii aardig. (") Zeer veel.