Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
138 AVILLEM VAiN HAREN.
Dan wordt een dwaas op uwen stoel verheven;
't Geweld verwoest uw erf; de laster verft uw kleed;
Geen vriend durft zich naar 't huis bleven ,
Daar 't bleek gebrek den vloer betreedt.
Wat is de mensch, hoe magtig, hoe vermetel?
Genaakt het uur! al staat een heir rondom het Hof,
De Koning valt van zijnen zetel,
En wordt een handvol asch en stof
Gij, Gij alleen, Oneindig Opperwezen!
Gij, Vader en Monarch van al, wat was en wordt,
Hebt geen verandering te vreezen,
Noch dat uw schepter zij verkort
De oude eeuwen die voor't menschdom gansch verdwijnen,
En zij, die zullen zijn in later tijdsgewricht,
O God! die roept Ge, en zij verschijnen
Te zamen voor uw aangezigt
Gij ziet haar voor uw' zetel henendrijven,
Als kielen, langs de zee genoopt door wind en vloed
De eene is bekroond met vrede-olijven,
En de andere bevlekt met bloed.
Ziedaar de broosheid en vexgankelijklieid van den mensch in-
drukwekkend en stout beschreven! Kegels, als deze, tasten weieens
dieper door in ons gemoed dan langere i-edeneringen of bespiegelingen.
Heeft de dichter sombere toonen aan zijne lier ontlokt, toen hij
de onderscheidene ellenden des menschelijken levens schetste, zoo
weet hij ons ook in ^^Bcvene trekken den Eeuwigen en Onverander-
lijken Albestuurder ^§Sialen, in wien onze ziel kan berusten bij de
onbestendigheid en ^™fclvalligheid van het zigtbare. De lang ver-
loopene eeuwen, E» heerlijk denkbeeld, om Gods Alwetendheid af
te schilderen. mt schepen, die langs de zee door winden cn
vloeden worden voortgestuwd. Men merke, hoe eigenaardig in de beide
volgende regels de eeuwen gekenmo^kt worden.
t