Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
\M' WILLEM VAW HARE:N.
donkere zijde heeft beschouwd; voor het overige is dit stuk nimmer
geëvenaard, nog minder overtroffen. — Doch dat men het zelf met
aandacht leze en er den echten Lierdichter in bewondere.
Helaas 1 helaas! hoe vlieden onze dagen,
Hoe spoedt zich ieder uur met onzen luister heen!
Hoe llaauwe vreugd, hoe Littre plagen ,
Hoe min vermaak, hoe veel geween (*)!
O Dierbaar perk (-) van drie tot zeven jaren,
Als ieder voorwerp 't oog bekoort, het harte streelt!
Och, of ze zonder einde waren,
Als alles lacht, als alles speelt!
Beminlijk kind! speel, nuttig u dees dagen.
Want 's wereld grootheid schaft aan ons 't genoegen niet,
Dat u door uwen bonten wagen.
En door uw kaartenhuis geschiedt
Haast zal men u door strenge Meesters leeren ,
Wat taal oemosthenes verkondde in Pallas stad
En acERO C^) voor 's werelds Heeren ,
Toen 'Rome nog de kroon op had C^).
O Moeilijk werk, benaauwde en pijnlijke uren!
Ze is maar een schets, dees roe, waarmee men u kastijdt.
De plotselinge aanhef is klagend en weemoedig, en kenschetst ter-
stond den toon van het geheele gedicht; verder lette men op de tegen-
stellingen , in dit couplet voorkomende. Tijdperk. (S) Verschaft,
geeft. (■*) Aan ons, die mannen geworden zijn, wil de dichter zeggen,
verschaft de grootheid der wereld dat genoegen niet, hetwelk gij in tiwe kin-
derlijke spelen vindt. Men merke hier en vervolgens met genoegen op
de treffende en soms onverwachte overgangen van het eene denkbeeld
tot het andere. In het voorafgaande couplet had van haren in het
algemeen den kinderlijken leeftijd aangeduid; in dit couplet en het
volgende spreekt hij zeer dichterlijk en fraai het kind zelf aan.
Athene, dc stad van Minerva of van de Godin der Wijsheid. Demosthenes
was de grootste der Griekschc Redenaren. Een beroemd Romeinsrl»
Redenaar cn Wijsgeer. (') Dat is: Toen Jlome nog groot en magtig was.