Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
1 96 AKNOLD HOOGVLIET.
zal men ons, na het lezen van dit lief en eenvoudig stukje, gaarne
toestemmen.
Lieve wtllem! tweede zoontje,
Parel aan ons huwlijkskroontje,
Aardig snappertje! ai bedwing
Voor een oogenblik uw tongetje,
Luister toe, mijn lieve jongetje!
Hoe ik u ter eere zing
'k Zong weleer ook voor uw' broeder (-),
Door den aandrang van uw moeder.
Op zijn eerste jaargetij
'k Durf, ja kan niet langer zwijgen.
Of ik zou verwijting krijgen
Om mijn trage poëzij.
Moeder zou liet niet verzwelgen,
Grootemoeder zou 't zich belgen.
Toonde ik u ooit minder gunst:
Neen, o jongste mijner zoontjes!
'k Druk dan liever op uw koontjes
Teedre kusjes van mijn kunst
's Hemels oog zag uw beginsel,
Blijdschap sloot het eerste windsel,
Toen gij in de wereld tradt-,
Voorspoed bleef twee zonnekringen (*)
Staag u in den sluimer zingen,
Daar zij bij uw slaapkoets zat.
(*) Dit eerste couplet is zeer bevallig wegens de ongezochte en naïve
aanspraak aan den kleinen willem, en de gepaste verkleinwoorden,
die de dichter gebruikt. (®) Joannes hoogvliet: men vindt het geboorte-
vers , op hem vervaardigd, insgelijks onder de geschriften van onzen
dichter opgenomen. (') Hij noemt zijne versjes, zeer aardig, teedei-e
kusjesy die hem door de Dichtkunst geleerd worden; voorts wordt de
aanleiding om te zingen en dit zijn tweede zoontje met een gedichtje
te vereeren, in deze beide coupletten, allernatuurlijkst verhaald.
Jaren; de persoonsverbeeldingen, in deze regels voorkomende, wor-
den fraai gebruikt.