Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
1^0 IHUnil'.T CORNELISZ. POOT.
Huis en liof, en kas en goud C') .
Wagen op liet schuimend zout,
Daar de witte zeilen varen.
Varen, maar met groot gevaar
Veemans rijkdom blijft van daar.
Laat de drokke pleitzaal woelen.
Menig' vreezen, dal de schaal
Van de vierschaar rijze of daal'
Voor de strenge regterstoelen :
Veeman houdt zich bij zijn vee,
En daar blijft zijn zorreg mee
Zaaijen, planten en verzetten
Geeft hem werk. Hij vischt en jaagt.
Dikwijls valt hem, eer het daagt,
Vliegend wild in looze netten
Dikwijls voert hij met zijn raan
Grazig zuivel steêwaart aan.
Appels eten, peren plukken,
Maaijen, liooijen, schuur en tas
Stapelen vol veldgewas.
Schapen scheren, uijers drukken,
Zeven kinders en een wijf
Zijn zijn daaglijksch tijdverdrijf
(') D. i. zijne bezittingen. Regels, als deze beide, zijn, wegens de niet
smaakvolle woordspeling en bet valscb vernuft, altijd te berispen, gelijk
een kunstregter zegt; maar bij de vele schoonheden vergeet men bijna
dergelijke kleine gebreken op te merken. (9) Daar poot dit gedicht
aan een' Regtsgeleerde, namelijk aan den Heer Mr. kobnelis 's grave-
ZANDE, opdroeg, verkreeg hij daardoor ongezocht aanleiding, om ook de
pleitzaal met het akkerleven in tegenstelling te brengen. Daarbij
bepalen zich zijne zorgen; zorreg, wegens de maat voor zorg, is eene spal-
king, die bij onze oudere dichters veel voorkomt, en waardoor een
woord, ééne lettergreep meer verkrijgt; zoo ook hierboven mellehkoeijen
voor melkkoeijen. In onze tegenwoordige poëzij wordt zij niet veelmeer
gebruikt. (") Sluwe netten, het bijvoegelijk naamwoord ioo5, of slutr, is aar-
dig gekozen, omdat de dieren door de netten verschalkt worden. Ha-
deren, wagen. Boter en kaas. Eene bergplaats voor koorn en hooi,
tegelijk met dc boerenwoning onder één dak begrepen. Deze beide