Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
lOG .lAN JÏAPTISTA WELLEKENS.
Men vond liet werpnet uit, om met een' slingerslag
Den wreeden vijverwolf die lieimlijk zat verscholen,
Te slepen voor den dag,
Eer 't aas nog was verteerd, zoo dadelijk gestolen.
Dus zag de Tiher eer
De vechters in 't geweer,
En met een slingernet behendig onder 't strijden
Elkandren gaan te keer.
Een doodelijke greep, die naauwlijks was te mijden
Ellendige, die eens het net krijgt over 't hoofd,
Wordt tevens van zijn magt en van verstand beroofd C'),
De schakels (®) zet men uit om groot en klein te vangen,
Wijl elk de gronden roert met polsen en met stangen-,
De plas wordt vuil en zwart,
Daar de benaauwde visch in 't vlugten zich verwart.
Het zal heel zelden missen:
In troebel water is (gelijk men zegt) goed visschen.
De holle zegen voortgetrokken met geweld,
Gaat schuren langs het veld,
Om al, wat dat er is, in haar geweld te slepen,
't Afbeeldsel van de gierigheid,
Die, met haar slinksche en looze grepen,
Zich niets ontglippen laat, daar zij de klaauwen spreidt
't Is edeler gebruik, het kruisnet te doen zinken
In 't halve diep, daar 't licht nog flaauw schijnt door te blinken
De visch zwemt af en aan,
Een net, dat met een' draai, of, gehjk wellekens eigenaardig zegt,
met een' slingerslag in het water wordt geworpen. Den snoek. (®) De
Oude Romeinen hadden sommige zwaardsehermers, die zicli bij hunne
vechtpartijen van een net bedienden, hetwelk zij der tegenpartij over
het hoofd poogden te werpen. De Tiber is de rivier, waaraan i»ome ligt.
(') Wederom eenezedelcs: die, zijns ondanks, tot eenig kwaad verleid
wordt, geraakt in de strikken van bet kwade weieens geheel verward.
(®) Eene andere soort van vischnet. Ook een bekend visehnet. De
gierigheid wordt hier voorgesteld onder het beeld van een verslindend
dier, dat onverwachts zijne prooi bespringt en het met uitgestrekte
klaauwen naar zich toehaalt; — levendig en krachtig! Ook wel
/«/cfre/genoemd j— de volgende regels hebbcH vele dichterlijke gchoon-
hoden.