Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
KiSPER £i\ JOAA'Vßi M.iWT,
Tenvil liet kuisend element
Geene oevers meer of palen kent^
En 't onweer eike spaart noch ceder.
't Heelal verwrik zich de aarde splijt
En scheurt vaneen tot aan den navel
Gezonken in een' gloed van zwavel;
Al de elementen zijn in strijd
De dag is eindelijk geboren
Van 't ongeloof te laat geloofd ■
Die aller dagen glans verdooft
DeRegler laat zicli zien en hooren.
Hoe klinkt de Aartsengelsche trompet
Door berg en dal, door veld en akkerI
»Staat op, O dooden! en wordt wakker!
»Aanhoort het vonnis, u gezet!
))De plaats, waar ge eeuwig zult belanden!"
Al 't aardrijk lost in barensnood
Op deze donderstem, zijn schoot
En baart zijn toeLetroiiwde panden.
Verstoven gruis krijgt merg en heen.
Hier rijst het menschdom uit zijne asschen,
Uit grafgewelf en waterplassen;
Hier woelt en zwiert het ondereen,
Oni ijlings weer vaneen te scheuren
De Aartsregter, voor wien Cesars staan ^
Ziet schepterstaf noch ploegstaf aan;
De stoutste dwingelanden treuren :
Hun moed verzinkt met 's werelds grond
(®) Te w. uit zijne assen, ('j Geheel doormidden. Zouden de
elementen in strijd en geheel de Natuur iii oproer krachtiger en
btouter gemaald kunnen worden, dan de dichter in de voorafgaande
regels heeft gedaan ? Waaraan de ongeloovige te lang getwijfeld heeft.
('") Die alle andere dagen in heerlijkheid en luister te boven gaat. (") Men ver-
2,uime niet op te merken, met welk eene deftigheid en kortheid de dich-
ter het verheven tooneei van de opstanding der dooden gaat schetsen;
dergelijke tooneelen moeten met kortheid geschilderd worden; veelheid
van woorden vermindert derzelver verhevenheid. f'^J Slof. (""j T. w.
(torn- dc refilcrlijhc uitfipruak, tUc eene .cchading tusschen de goeden en boezen
:nl maken. ('*) Koningen, ICeizers- Treffende regels, waarin hel