Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
too KASPER EN JOANNES BRANDT.
KASPER en JOANNES BRANDT, beide zonen van geeuaart
BRANDT en beide Predikanten bij de Remonstrant sehe Gemeente.
Kasper werd geboren te Nieuwkoop, den 25®'®° Junij, 1653, en
was Predikant te Schoonhoven, Hoorn^ Alkmaar, Rotterdam cn Am-
sterdam, waar hij den October, 1696, overleed. Joannes,
ook te Nieuwkoop geboren, den 6*'®® Julij,1660, was Predikant te
Warmond, Hoorn, 's Gravenhage en eindelijk zijns broeders amlïfge-
noot te Amsterdam, waar hij overleed, den Jamiarij, 1708.
CHRISTELIJKE BESPIEGELING VAN HET LAATSTE OORDEEE.
{Fragment.^
Uit de Werken van kasper branüt deelen wij slechts één stuk gedeel-
telijk mede, maar een stuk, dat door ieder gevoelig en godsdienstig
mensch niet zonder ontroering kan gelezen worden. De dichter bezingt
het vergaan der wereld, de opstanding der dooden cn de eindbeslissing
van hun lot* waarlijk gewigtige en verhevene onderwerpen, die met eene
stoute verbeelding en met eene krachtige taal door hem worden voor-
gedragen.
't Gebergte loeit en huilt van onder (*)-,
De zon bezwijmt, het starrendak
Verbleekt, en voelt vast (-) krak op krak-,
De bliksem worstelt met den donder
De lucht betrekt in zwarten rouw^
Jk 'hoor de donderklooten rollen
De hemellichten suizebollen
En rukken *t sierlijke gebouw
Van 't ongemeten rond ter neder.
(') Van onderen, onder den aardbodem. {-) Gedurig, aanhoudend. D. i.
donder en bliksem strijden met elkander en betwisten elkander den voorrang;
een fraai denkbeeld om het aanhoudend bliksemen en donderen uit te
drukken. Verheven en echt dichterlijk, zoo als ook de volgende
regels. (') liet ongemeten heelal. De dichter zegt in de voorafgaande
regels, dat de sterren als bedwelmd van den hemel vallen, en dat
daardoor het heelal uit elkander wordt gerukt.