Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
J,UCAS ROTGANS. Di)
GEESEL DER DRONKENSCHAP.
Een vers van eene nuttige strekking en niet zonder dichterlijke waarde,
dat op twee onderscheidene plaatsen in de Werken van rotgans is op-
genomen, en hier door ons, met ernstige waarschuwing voor de ondeugd,
die ligchaam en ziel beide verderft, wordt afgeschreven.
Hoe kan een reedlijk hart door dronkenschap ontaarden!
Wat brengt zij vruchten voort, verscheiden van natuur (*) !
Zij shjpt de wapens voor de gramschap, stookt een vuur
Van twist en tweedragt in de menschehjke zinnen-,
Ontsluit het hart en laat de vuile driften binnen.
Zij spreidt de lustkoets voor de onkuischheid, die de ziel
En 't ligchaam smet —Gelijk een roerelooze kiel
Door stormen 'op de zee geslingerd heen en weder.
Dan aan de wolken rijst of stort ten afgrond neder,
Tot ze eindlijk, op een klip geslingerd, barst vaneen:
Zoo kruist een dronkaard op de golven hierbeneên,
Tot zijn verzwakte kiel, ontbloot van 't roer der reden.
Op bank of klip vergaat van ongebonden zeden
(•) Strijdig met V menschen redelijken aanleg. (•) Zet het hart voor al
wat boos is open. De treurige vruchten of gevolgen der dronken-
schap worden nadrukkelijk aangewezen; de dichter zegt hier inder-
daad zeer veel in weinig woorden. {*)• Schip: het deel wordt hier
voor het geheel genomen; eene spraakfiguur, van welke dichters zich zeer
gaarne bedienen. T. w. van de levenszee. Men lette op de schoone
en weluitgevoerde vergelijking, die onze verbeelding op de levendigste
wijze bezig houdt, en waardoor de rampzaligheid van den dronkaard
treffend uitkomt.