Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
l.UCAS UOTGANS. 97
LUCAS RüTGANS Averd geboren, te Jimterdam, in het jaar
1645, trad in den ouderdom van 27 jaar in de krijgsdienst,
welke hij na verloop van twee jaar weder verliet; waarna hij
zijne dagen als ambteloos burger doorbragt op Kromwijk, eene
buitenplaats aan de F echt ^ waar hij ook overleed op den
November, 1710.
slxvg aan de boyne.
(Uit het Tweede Deel van de Willem de Derde.)
Rotgans, ook door andere voortbrengselen van zijnen dichtgeest, op
onzen Nederlandschen Zangberg gunstig bekend, heeft bij de kunstregters
den meesten roem verworven door zijn uitvoerig gedicht, Willem de
Derde, een van de regelmatigste Heldendichten, die onze taal lieeft op-
geleverd. Het klein gedeelte, dat wij uit hetzelve aanhalen, brengt
ons al de ijsselijkheden en gruwelen voor de verbeelding, die het oor-
logsveld oplevert. Dc slag, hier geschilderd, had plaats aan dc Boyne,
eene rivier in Ierland, waar willkm 111, in den jare 1691, op jakob 11
de zege behaalde.
Demoord,ontkerkerd,holt langs't vechtperk heen en weèr(*).
Daar stort de voetknecht bij zijn spies of vuurbus neer,
Gerabraakt door den slag der barstende granaten (2).
De kogels boren door de gladgeschunrde platen
In 't drabbig ingewand, (o doodelijk gezigt!)
De ruiter kust den grond, ten zadel uitgeligt,
Omarmt het purper veld en braakt zijn bloed en leven
(*) Aan het dooden en slagten van menschen wordt de ruime teugel gevierd.
De dichter doet hier dadelijk eene meesterlijke greep, door den moord
als persoon voor te stellen, die, in een' kerker opgesloten geweest zijnde,
nu losgelaten, met verdubbelde woede en bloeddorst over het slagveld
rent. Granaten zijn holle kogels met kruid en lood of ijzer gevuld,
die, aangestoken zijnde, worden weggeworpen en bij hunne openbarsting
alles vernielen wat hun voorkomt. (') T. -w. dex hamassen. Een woord,
dat anders geen aangenaam denkbeeld verwekt, maar hier op zijne
plaats is. C^) De dichter voegt het toesctsel purperen zeer fraai bij het
woord veld, daarmede deszelfs roode kleur, door het vergoten bloed,
7