Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
94 JOANNES A>TO?IIDES VAN «EK GOES.
Wat voorkomt in het licht, hlinkt uit en triomfeert.
De heelden in 't verschiet met schaduwen hetogen ,
Verdwijnen meer en meer en glippen uit onze oogen (*).
Wat Godheid geeft mij sterns genoeg in mijn gedicht,
Om u, aan wie de Staat haar welvaart is verpligt,
Die de eer van Amsterdam zoo hoog heht opgeheven,
Dat elk nu w anhoopt meer tot zulk een'top te streven (-),
o Zenuw van het land, te roemen naar waardij!
Mijn boekstaaf zwol zoo ver dan buiten 't perk van 't IJ,
Alsof de Zuiderzee op 't veld van mijn papieren,
Gelijk een ruime kil, met lossen toom zou zwiei^en
Zoodra de blonde Auroor van Titon opgestaan.
Den nacht verjaagt en verft de kimmen met saffraan
E^n gloeijend vermiljoen C^), komt hier van alle plekken
Een leger arbeidsvolk ter hooge poorte intrekken :
Als mieren, die in 't prilst des zomers even kloek
Krioelen, even drok verzorgen elk zijn' hoek,
En branden om in vlijt en arbeid zich te kwijten
Zoo woelt men hier, en doet de zwarte schaduw splijten
En scheuren door 't gedreun daar ze al te digt opeen
(*) Eene allerfraaiste, eclit oorspronkelijke vergelijking: zoo als op
eene schilderij van rafacl de in hel licht geplaatste beelden uithomen boven
die, welke in de schaduw gesteld zijn, zoo overtreft de Werf van Amsterdam
in luister honderd andere tverven, die wij bij haar vergeten op te merken.
Rafacl (hier Rafel gespeld, wegens de maat) was een beroemd Itali-
aansch Kunstschilder, uit de 16de eeuw. (®) Zich tot zulk eene grootheid
en aanzien te verheffen, Eigenlijk letter, hier gedicht. De dichter
zegt in deze regels: wilde ik alles bijbrengen, om de Werf van Amsterdam
naar v:aardij te roemen, dan zou mijn gedicht zoo ver buiten de perken van
het IJ treden, dat het schijnen zou, alsof de Zuiderzee zich over mijne pa-
pieren had uitgestort. Dit is eene hyperbole of grootspraak, van welke
figuur ANTONmES zich gaarne bedient. Wijders zijn de uitdrukkingen
veld van mijne papieren en zwieren met lossen toom zeer dichterlijk. Au-
rora, de Godin van het morgenrood. Titon, wegens de maat voor
Titonus, was dc geliefde van Aurora. (") De bcsclirijving van den da-
geraad verdient allen lof. Andermaal eene Iraaije vergelijking, en
aan welker juistheid niemand, ten tijde van den dicliter, zal getwijfeld
hebben. D. i. men verjaagt hier, als h ware, den nacht door den ar-
beid; ook deze uitdrukking is overdreven, maar echt dichtcilijk.