Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JOÄJiNES AVrON'IDES VAN DER GOES. 93
Hij zal, zoodra de vloot kan wezen afgesteken
Van slechte handeling en schaarsche lading spreken,
En wenden 't hoofd gelijk een wxérhaan, met den wind
Op alle hoegen, naar hij schade of voordeel vindt
Ginds is er een, die, niet verzien met andrer smarte,
's Lands zeevaardij allée'n en welvaart gaat ter harte :
Hij onderzoekt, waarop de spil der zeevaart draait
Waar Hollands Admiraal den waterhliksem zwaait
Die, vreeslijk donderende op alle waterstreken,
Tirannen heeft verleerd naar 't hart der Vrijheid steken.
En, zeevrijhuitenaars verdelgende in hun vlugt,
Heeft ons de zee zoo vrij gelaten als de lucht
DE SCHEEPSTIMMERWERF TE AMSTERDAM.
(Uit hetzelfde Boek.)
'sLandsIIoofdscheepstimmerwerfmaakthonderd minder werven
Voor haren luister doof. Niet anders zijn de verven
Door 't goddelijk penseel van Rafel geschakeerd.
T. w. om weder huiswaarts te kecren. Zijne verzinselen, D. i.
hij zal alle vonden en lagen beproeven, om den prijs zijner waren te dorn
klimmen. (-*) Zich niet bekommerende. Hetgeen het voornaamste of de
hoofdzaak is in de zeevaart. De rüijter. Eene fraaije dichter-
lijke figuur, voor den oorlog voert ter zee. Zoo wordt in deze laat-
ste regels Hollands Admiraal, de schrik des Oceaans, waardiglijk
verheerlijkt, en van zijne daden in stoute cn krachtige taal geroemd. —
Wie, vragen wij ten slotte, moet niet de kunst en vinding prijzen, die
er in deze geheele beschrijving doorstralen? Van eene brug op zich
zelve Iaat zich ongetwijfeld in de poëzij niet veel maken ; maar de
dichter brengt geest en leven in zijn onderwerp, door ons als midden
onder het gewoel op de brug te verplaatsen, en ons datgene mode te
deelen, hetwelk aldaar verhandeld wordt. Zoo zien wij ons dan, ach-
tervolgens, den ijverigen verbreider van nieuwstijdingen, den doortrap-
ten en op winst afgerigten koopman, den vurigen Vaderlander, in ver-
zen , waarvoor zich een vondel niet zou behoeven te schamen, be-
schreven.