Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JEHEMIAS DE DECKEH. 87
V'oer ik den Oosteroegst ('*) en al des werelds waren
Mijn' Amstel in den mond, mijn' Dam op zijnen rug ('').
Nu zeg, wat masten zijn 't, die meest mijn welvaart stijven.
Die onder de aarde staan, of Loven 't water drijven (*")?
T STADSHUIS VAN AMSTELDAM.
Indien ik, vreemdeling! wat breed loop in uwe oogen
Eetigt mij niet daarom zoo straks van overdaad;
Maar snuffel Amstelclam van straat eens deur tot straat.
En leg dan mijn sieraad eens legen zijn vermogen (-) :
Ik wedde, dal gij dit nog zw^aarder vindt dan dat.
En staandevoets herroept uw ooi'deel als ligtvaardig,
En uitroept ongeveinsd: 't Een is hier 't ander waardig,
De stad een zulk Stadshuis, 't Stadshuis een zulke stad
O 1» c A T s.
Cats brengt door zijn gedicht
Meer blinden tot het licht,
Meer dertelen tot schamen ,
Dan al onz' dichters t' zamen.
Eene groote lofspraak en zonder eenige grootspraak of vleijcrij; het
enkelvoudig gedicht staat voor het meervoud gedichten.
zijn de bijnaamwoorden vlot en tltig zeer sierlijk, (*) Ooster-oogst, dich-
terlijk, voor. waren uit de Oostindiën. Amstel en Dam worden hier
beide als personen voorgesteld. De vraag is naïf en het geheele
Bijschrift ook, omdat Amsterdam er sprekend in voorkomt, levendig
en fraai.
(*) U wat al te prachtig cn kostbaar toeschijn. (®) Grootheid, rijkdom;
tegenleggen is liier vergelijken. Ook in dit Bijschrift wordt het Stad-
huis, het tegenwoordige Paleis des Konings, sprekend ingevoerd; dc
loon is vertrouwelijk en gemeenzaam; de raad, aan den vreemdeling
gegeven, is wel gevonden, en de beide laatste regels tcekenen, op
eene ongedwongene wijze, de verbazing' en verwondering van dcu
vreemdeling.